Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die er tot, nu toe in het Seminarie geweest is. Twee priesters, twee diakens, drie subdiakens, twee acolythen, zes exorcisten, zes lectoren en ostiarii, drie kruinscheringen. . . . Van nu af zullen- Iwij ieder jaar één of meerdere priesters hebben. . . .

Na vijf jaren verblijf op het Groot-Seminarie moeten de seminaristen tw-ee jaren bij wijze van proef doorbrengen op één der missie-posten. Na verloop van dezen goed doorstanen proeftijd keeremzij naar het Seminarie terug, om zich voor te bereiden voor de verschillende orden, die hun achtereenvolgens zullen iworden gegeven, waardoor zij dan eindelijk zullen opklimmen tot het priesterschap.”!

Een prachtig werk is ook dat, wat door de Nederlandsche Jezuieten werd tot stand gebracht op Java.

Men vergete hierbij niet, dat de eigenlijke Javanen-missie nog slechts een vijf en twintig tal jaren bestaat en dat deze missie, zooals aan de lezers van den Sint Claverbond bekend is, veel tact en voorzichtigheid vordert.

Van deze pas-bekeerde Javanen zijn er reeds vier lid der Sociëteit van, Jezus, terwijl nog vier andere jn Europa en verschillende andere in Indië zich voorbereiden om het voetspoor hunner oudere medebroeders te volgen.

Wij zeiden reeds, en iedereen begrijpt dit, dat ’t vormen van inlandsche priesters een werk is van den grootsten tact. Ook op Java blijft dit waar. Dat men in deze betrekkelijk jonge missie zich beperkt tot een élite, onder de besten uitgekozen, een élite in staat de krachtige vorming van Sint Ignatius te ondergaan, is een feit, dat getuigt van verstandig overleg van den kant der missionarissen en tevens is ’t de beste garantie, die ’t welslagen der Javanen-missie in de toekomst kan waarborgen. Hoe beter gevormd die eerstelingen in hun vaderland terugkomen, des te vruchtbaarder zal hun actie zijn.

Trouwens een inlandsche seculiere geestelijkheid moet men zich in die pas bekeerde landen niet voorstellen in alles gelijk aan de onze. Een duchtig noviciaat zal ook voor de seculieren noocfig blijven en, wanneer zij eenmaal als priesters werkzaam zijn, zal voortdurend de meeste zorg moeten worden besteed aan den bloei van hun inwendig leven. Geestelijke leidsmannen van beproefde deugd en met groote ondervinding zullen hen moeten ter

' Annalen der Afrikaansche Missiën, April 1919, blz, 232 en vlg.

Sluiten