Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mgr. Cleary er van overtuigd slechts op deze wijze zijn herderlijke verplichtingen te kunnen vervullen.

De „Katholischen Missionen“ geven een statistiek van den toestand der heidenen-missie in ’t jaar 1918.

Vooreerst, wat verstaat men eigenlijk onder heidenen-missie? Hieronder worden begrepen: Japan en bijgelegen eilanden, het Chineesche Rijk, Achter-Indië, Voor-Indië met Ceylon, de Oost-Indische Archipel, de Philippijnen, Afrika en bijbehoorende eilanden (uitgezonderd de diocesen van Algiers en Tunis en eilanden in het noordwesten), de eilanden van den Grooten Oceaan, de missie onder de inboorlingen van Australië en Nieuw-Zeeland, alsmede de missie onder de heidenen van Noord-, Midden-, en Zuid-Amerika.

Ook het Turksche Rijk en Perzië behooren tot de heidenen-missie, maar omtrent deze ontbreken de gegevens voor 1918.

Veronderstellen we, dat in Turkije en Perzië de toestand was als vóór 1914, dan krijgen we in de geheele heidenen-missie, voor het jaar 1918, het volgend aantal missionarissen:

Het grootste aantal missionarissen telt de Sociëteit van Jezus, nl. 1360. Dan komen het Parijsche Seminarie der „Missions Etrangères" met 1320 en de Franciscanen met 1230 missionarissen. Telt men bij de Paters Franciscanen de Conventueelen en de Capucijnen, dan krijgt men het cijfer 1780.

Ongeveer de helft der missionarissen zijn Franschen. Vóór den oorlog kwam het Duitsche Rijk (met Duitsch-Oostenrijk) op de tweede plaats, nl. met 4000 priesters, broeders en zusters. Ongeveer 1200 Duitsche missionarissen werden verbannen.

Het aantal Katholieken bedroeg vóór 1918 in Turkije en Perzië ongeveer 550 000 zielen. Dezen niet medegerekend krijgen we voor de geheele heidenen-missie in 1918 een katholieke bevolking van 17 548 854 zielen, verdeeld als volgt:

Japansche Rijk: 167 239. Chineesche Rijk: 1 963 639. Achter-Indië: 1 231 129. Voor-lndië en Ceylon: 2735874. Oost-

Sluiten