Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

land ontdekt werd. Dit werk werd echter al gauw onderbroken. Het eerst kwamen er in 1850 de Paters van den H. Geest om den arbeid te hervatten. Hun arbeidsveld strekte zich toen uit langs de geheele westkust van Afrika, te beginnen bij de Senegal-rivier tot aan de Oranje-rivier, het bisdom Loanda uitgezonderd.

Leopold II wilde het bekeeringswerk van den Belgischen Kongo uitsluitend aan Belgische missionarissen voorbehouden. Toen kwamen er de Witte Paters in 1885, de Paters van Scheut in 1888, de Jezuïeten in 1892; de Trappisten in 1895; de Priesters van ’t H. Hart in 1897; de Norbertijnen in 1898; de Redemptoristen in 1899; de Paters van Mill-Hill in 1906; in 1907 verlieten de Paters van den H. Geest het Beneden-Kongo-gebied en vestigden zich in Katanga; daarna kwamen er nog in 1910 de Benedictijnen, in 1911 de Capucijnen, in 1912 de Dominicanen en in 1920 de Recollecten en de Kruisheeren.

In Belgisch Kongo telt men op vandaag zeven Apostolische Vicariaten en even zooveel prefecturen.

Het welslagen van den Missie-arbeid in Belgisch Kongo volgt uit de volgende statistiek:

Het spreekt vanzelf, dat een missionaris er niet alleen op uit is het aantal Katholieken te vermeerderen, maar dat hij vóór alles er voor zorgen moet het zieleleven der christenen te verbeteren. Een groot middel hiertoe zijn de gesloten retraites. In China wordt dit middel met uitstekende resultaten toegepast. Volgens een statistiek werden in de missie van Z.-O. Tche-li gedurende de laatste 25 jaren (1895—1920) door elkander jaarlijks 35 retraites gegeven met 1664

1910 1920 Hoofd-missiestaties 70 125 Bijstaties 143 468 Catechumenaten . . 1.913 6.713 Priesters 230 374 Broeders 90 189 Zusters 110 194 Catechisten .... 2.042 11.114 Gedoopten .... . 131.852 736.318 Catechumenen . ★ ★ * . 139.088 313.514”

Sluiten