Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Zijn geen Weensche, geen Belgische of Duitsche kinderen, maar ze zouden toch graag hun gelukkig lot deelen: opgenomen te worden in een vriendelijke Hollandsche familie.

Ze zijn hier heen gezonden als afgezanten van een ver volk, een volk, dat ons Nederlanders door zijn arbeid millioenen en millioenen heeft geschonken. Op hun beurt komen ze nu ons volk om bijstand smeeken.

Ze liggen daar zoo bescheiden en zwijgend; met honderden, ja met honderden, voor de deur van het magazijn het magazijn van den Sint-Claverbond; de Java-busjes voor de vorming en opleiding van Javaansche Priesters.

We hebben Weensche, we hebben Duitsche en Belgische kinderen gevoed, zouden we ook niet een Java-busje kunnen voeden ?

’t Java-busje is de uitgestrekte hand van een Javaansch seminarist in Uw huisgezin en die hand is zoo gauw gevuld een paar snoepcenten op Zondag, een geschenkje, wanneer heel de familie in blijdschap feest viert, een offertje wanneer U van den hemel een gunst verlangt

Ze hebben zoo n honger, ze liggen daar bij honderden in voorraad. Een briefkaartje aan Liefdewerk „Java-bus , Canisius-College, Nijmegen, en U heeft per omgaande een zegenbrengend huisgenootje meer.

Sluiten