Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vader, zag hij er altijd even netjes uit. Zijn kleurige hoofddoek was keuriger geplooid dan die van de anderen, zijn optreden altijd kalm en voornaam. Toen hij slaagde in zijn onderwijzers-examen, werd hij door het Gouvernement geplaatst heelemaal in Pekalongan.

O, ’t is hartverscheurend, die brave Katholieke jongens soms her- en derwaarts geplaatst te zien, heel alleen in een half-heidensche omgeving, uren en uren ver van de kerk. Doch wij hebben nog veel te weinig scholen, om alle geslaagde leerlingen in eigen dienst te nemen. Ook is het goed, dat we nu al door de onderwijzers langzamerhand overal contact met de bevolking krijgen. Als ze maar niet zoo hopeloos ver soms van de Katholieke centra kwamen te zitten.

Victor is zoo n slachtoffer geworden. Hij is nu onderwijzer te Kadjèn in Pekalongan, een residentie ongeveer tweemaal zoo groot als de provincie Groningen... zonder priester. Alleen de pastoor uit Cheribon doet eens in de maand een reisje naar de stad Pekalongan (ongeveer even ver als van Groningen naar Zwolle) om daar voor de Katholieke Europeanen, of Chineesche of Javaansche Christenen, die er toevallig zijn, de H. Mis te lezen. Dan trekt ook Victor naar Pekalongan, een 25 K.M. van Kadjèn. Of onze Javaansche bekeerlingen ook iets voor hun geloof over hebben! En of er Christelijke heldenmoed getoond wordt, door heel alleen te midden van een mohamedaansche bevolking flink te blijven!

In Pekalongan zijn veel meer mohamedanen dan in Kedoe en de Vorstenlanden. Men beweert wel in boeken, dat de Javanen allemaal Islambelijders zijn, maar dat is een oppervlakkige domheid. Doch in Pekalongan zijn er veel en fanatieke. Nog niet lang was Victor in zijn nieuwe omgeving, of ik kreeg een briefkaart in ’t Javaansch, doorspekt met wat gebroken Hollandsche zinnen. Want mijn vriend kent maar weinig Hollandsch, omdat hij niet van de Kweekschool, maar van de Normaalschool is.

„Lo, mijn beste vriend, eerw. Pastoor, daar is niet goed voor de Katholieke jongen, want er zijn veel... tegen de zesde gebod, de plaats is verrotten plaats. Daarom bid voor mijn, opdat ik sterk ben.” En in het Javaansch ging de klacht verder.

Nu, onder de Kerstvacantie, is hij hier geweest. Hij verlangde er zoo naar, weer eens in zijn oude, gelukkige omgeving te zijn.

Sluiten