Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er kwam echter vertraging in de uitvoering, de moeilijkheden werden tenslotte overwonnen en het monument kon tegen het einde van het vorige jaar naar Indië worden overgevoerd, hetgeen, het zij erkentelijk getuigd, kosteloos door de stoomvaartmaatschappij „Nederland” geschiedde.

De overbrenging naar Bandoeng volgde spoedig en dank zij de hulp en medewerking van den directeur van gemeente-werken en den luitenant der genie Platte is het mij gegeven, thans over te gaan tot de onthulling van het gedenkteeken.”

Alsnu trad de generaal naar voren en onthulde met één handbeweging het statige, doch eenvoudige monument. Dan legde hij aan den voet er van een bloemenhulde, terwijl mevrouw Dijkstra rozen strooide.

Mevrouw De Vaynes van Brakel Buys kwam naar voren en deponeerde eveneens een bloemstuk terzijde, waarop de vertegenwoordigers van het 15® bataljon, van de onderofficiers-vereeniging „Ons Aller Belang”, van den Bond van Oud-Onderofflcieren Bandoeng en Omstreken en van de afdeeling West-Java van dezen bond, benevens een afgevaardigde van de vereeniging van oud-mindere militairen, fraaie kransen rond het voetstuk groepeerden. Terwijl deed de muziek een koraal hooren, door allen blootshoofds, staande in de militaire houding, aangehoord.

Het waren schoone oogenblikken, die doorleefd werden.

In het front van het steenen beeld van Pastoor Verbraak, met de oogen daarop gericht, (blz. 142) ging de generaal als volgt voort:

„Henricus Christianus Verbraak werd den 24®" Maart 1835 te Rotterdam geboren. Aanvankelijk voor den handelsstand bestemd, voelde hij eerst later de roeping om zich als priester geheel aan het heil der menschheid te wijden. Op 27-jarigen leeftijd begon hij zijn studiën voor het priesterschap en werd 7 jaar daarna op 19 September 1869 te Maastricht tot priester gewijd.

In 1872 vertrok Verbraak naar Indië en hij zag zijn geboorteland nimmer terug. Na een kortstondig verblijf te Padang zette hij den 29®" Juni 1874 voet aan wal te Atjeh, om er zijn leven van toewijding en onverpoosden arbeid te beginnen. Vrijwel onafgebroken bleef hij daar gedurende 33 lange jaren werkzaam. Toen langzamerhand, gevolg van leeftijd, zijn krachten afnamen, werd hem in 1907 Padang aangewezen tot standplaats.

Sluiten