Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op ons voorgeslacht. Maar, ais onze geschiedenis daarmee eindigt, och, dan voelen wij het toch in ons hart, dat er nog iets aan ontbreekt, iets wat wij, Roomschen, zoo graag ook zouden weten; en dan vragen wij; Wat deedt men voor den inlander en z’n onsterfelijke ziel?

Dan weet de geschiedschrijver weinig goeds te vertellen van de roemrijke voorvaderen der gouden eeuw. Misschien zal de geschiedschrijver ’t niet weten en zwijgen; maar als hij weet en begrijpt, zooals wij, Roomschen, ’t voelen, dan zal de schaamte, die zijn hoofd neerdrukt, zijne pen tegenhouden en hem beletten te zeggen, dat de roemruchte Compagnie dien bestuursplicht verwaarloosd heeft. Ja, we waren rijk in die dagen en we bouwden voor onze burgemeesteren en regenten huizen, als paleizen zoo schoon, en we bouwden ze met den arbeid der inlanders van het schoonste land der wereld; maar wij vergaten hun ’t geluk te brengen, dat wijzelf genoten.

En nog is de aanklacht der geschiedenis niet streng en hard genoeg.

De geschiedenis van ons gezag in Indië begint niet vóór of gelijk mèt de geschiedenis van het Christendom in die gewesten; deze laatste is ouder en weet te vertellen van christelijke liefde en offerdaden, lang, voordat een Hollandsche vlag zich pralend ontplooide over de wateren van den Indischen archipel. Toen Steven van der Haghen met zijne vloot in 1605 voor Ambon verscheen, waren meerdere landstreken van den archipel Roomsch En de eerlijke geschiedschrijver zal ’t moeten beschrijven, wat toen volgde, of hij wil of niet. Toen zijn de Hollanders gekomen en, zich van hun watergeuzen-aard bewust, en zich hun beeldstormers-spel herinnerend, zijn ze ook hier hun werk van verwoesting begonnen; en de verwoesting is zóó groot geweest, dat slechts met moeite enkele resten van de oude Roomsche glorie teruggevonden werden. Is ’t dan niet waar, dat we in Indië nog wat goed te maken hebben?

Meer dan honderd jaar vóór de komst der Hollanders in Indië, is de geschiedenis van het Christendom er aangevangen. Koning Johan II van Portugal had wel gelijk, toen hij den naam van Afrika’s zuidpunt na de ontdekking door Bartholomeus Diaz van „Stormkaap” in „Kaap de Goede Hoop” veranderde. Daarachter

Sluiten