Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dank den invloed van de Universiteit der Fransche Jezuïeten), toch mag men niet besluiten, dat deze voorarbeid nutteloos is, of de gevolgde methode verkeerd. In misschien geen enkel missiegebied is het nut, neen de dringende noodzakelijkheid van onderwijs, vooral ook het hoogere, zoo tastbaar gebleken als in de Missie van Bombay-Poona'). In ruim 60 jaren hebben de nu uitgedreven Duitsche Jezuïeten de Katholieke Missie aldaar uit diep verval en verwarring, uit vernedering en verachting door Hindoe’s, Mohamedanen, Parzen en Protestanten weten op te richten. Terwijl bijna overal elders de moderne stroomingen, bekend onder den naam Hindoe-renaissance, een anti-christelijk karakter dragen, bleef te Bombay het streven meerphilanthropisch. Deels komt dit zeker van den goeden invloed, die vele Hindoe’s aan de Katholieke Universiteit hebben ondergaan, en aan de goede gezindheid, die zij voor hun leeraars blijven bewaren. Voorname brahmaansche voormannen als de Sanskrit-geleerde Bhandarkar en Ranade hadden wetenschappelijk-vriendschappelijke betrekkingen met de Paters. De leider der beweging te Bombay, Chandawarkar, een zeer ontwikkeld, edeldenkend, en op zijn manier godsdienstig man, was eenigen tijd leerling van St. Mary s College.

Bovengenoemde omstandigheden waren oorzaak, dat men pas in de laatste veertig jaar hier en daar aan directe missioneering is kunnen beginnen. Onder de Paria s en de animistische oerbevolking heeft men troostvolle successen behaald. De massabekeering op het hoogland van Chota-Nagpore (Missie van Bengalen) in 1885 door P. Lievens S.J. in gang gebracht, telt nu reeds een 175000 Christenen. Doch bij de evangelisatie onder de animisten (10 millioen) en de Paria s (50 millioen) heeft men te strijden tegen de geduchte concurrentie van de Protestanten met hun rijke geldmiddelen, van den Islam, die daar jaarlijks de fabuleuze aanwinst van 100,000 leden maakt, van het Hindoeïsme niet het minst, dat heele stammen tegelijk binnen zijn magischen ban trekt, en binnen weinig tijds zich het reuzen-aandeel van

‘) Alfons Vath S.]. Die Deutschen Jesuiten in Indien. Geschichte der Mission von Bombay-Poona (1854-1920). Verlag Kösel und Pustet. Regensburg 1920.

De Duitsche Paters zijn zooveel mogelijk door Spaansche vervangen.

Sluiten