Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dood. In den slaap had de ziel wederom het lichaam verlaten, maar bij het terugkeeren vergiste zij zich en bleef in de waterkruik in plaats van naar het lichaam terug te gaan. Den volgenden morgen werd de jongen dood gevonden. Een der buren, die op het gegil der jonge weduwe was komen toesnellen stootte in z’n haast de waterkruik om en er kwam een schorpioen uit te voorschijn: dat was de ziel van den overledene.”

Toen Pak Kario zijn verhaal geëindigd had, was er niemand die sprak, gelukkig werd de hemel achter den berg Merapi al rood en in de verte hoorde men het gepraat van een groep vrouwen, die, zwaar beladen, in het koele morgenuur naar den passar trokken. Onze vier helden stonden langzaam op, rekten zich eens uit en gingen gezamenlijk met trage passen naar de kali om een bad te nemen. Pak Karta trapte onderweg op een scherp steentje en dacht in zijn verhitte verbeelding, dat hij gestoken werd door een schorpioen.

Alle vier maakten een grooten omweg voor een boompje, dat daar midden in het veld stond: ze hadden er hun kop wel om willen verwedden, dat daar een geest in zat, en te dicht bij komen zou misschien oneerbiedig zijn.

Arme Javanen: velen hunner zien geesten waar er geen zijn en de Groote Geest, God, die zich zoo duidelijk openbaart in de prachtige Javaansche natuur, ze zien Hem niet, ze kennen Hem niet. In de duisternis van den nacht komt de dief om den rijken rijstoogst te stelen, in de duisternis van het ongeloof komt de duivel en steelt den rijken zielen-oogst, als wij niet waken.

Sluiten