Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

temperament te beheerschen. Eens heeft hij dat in ronde zeemanstaal aan zijn bemanning te kennen gegeven. Verschillende van hen gaven n.l. eens lucht aan hun ongenoegen over die dagelijksche Communie. „Verheugt er u liever over,” zoo gaf hij hun toen ten antwoord, „want als ik dat niet deed, dan zou ik jullie bij de geringste tekortkoming allemaal over boord smijten.” Zijn zelfbeheersching was dan ook voor allen, die hem vroeger gekend hadden, een voorwerp van bewondering. „Gedurende de twee of drie eerste jaren na zijn bekeering,” zoo verhaalde een zeeofficier, „teekende zich voortdurend een ongeloofelijke zielestrijd op zijn gelaat af, maar later verbaasde mij zijn lijdzaamheid en zijn kalmte zoozeer, dat, indien ik zijn vroegere heftige uitvallen niet gehoord had, ik niet had kunnen gelooven, dat hij dezelfde persoon van vroeger was.” Vreemdelingen, die hem niet kenden, en slechts korten tijd met hem in aanraking kwamen, beschouwden hem dan ook veeleer als een zoutzak, dan als een vaatje buskruit. Als hij iemand, die in zijn plicht was te kort geschoten, moest berispen, verhief hij altijd eerst zijn hart tot God, om zijn intentie te zuiveren, en te vragen, dat hij zich in zijn woorden niet te buiten zou gaan. En hoewel hij inbreuken op de discipline naar verdienste wist te straffen, deed hij het altijd zoo, dat de terechtwijzing of de straf tot geestelijk voordeel van den schuldige strekte. Voor het overige was hij vol toegefelijkheid en bezorgdheid voor zijn ondergeschikten, maar steeds streng voor zich zelf. Aan tafel bediende hij zich zelf altijd het laatst, en als er soms door inhaligheid of onachtzaamheid van anderen, weinig of niets op een schotel overbleef, trachtte hij dat zooveel mogelijk te verbergen, om een goede gelegenheid tot versterving te hebben, ofschoon hij ook, als er nog overvloed was, steeds uiterst matig in spijs en drank was.

In alle omstandigheden en gevaren toonde hij steeds een onbeperkte overgeving aan Gods H. Wil. „God wil het,” zoo was hij gewoon te zeggen, „en waarom zouden) wij het dan niet willen?” Ook zijn vertrouwen op de leiding der Voorzienigheid was onbegrensd. Toen de Ark des Verbonds in Nieuw-Caledonië kwam, zochten de missionarissen op alle omringende eilanden naar een geschikte plaats, om zich te vestigen, maar konden zij er nergens een vinden. Toen hielden zij een novene met den

Sluiten