Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

misvatting zijn grootheid als mensch te bewijzen. Onder den aandrift van zijn liefde voor den inlander had hij aangekondigd zich in de ure van een mogelijke botsing tusschen blank en bruin aan des inlanders zijde te zullen scharen. Over zooveel algemeens en radikaals gekapitteld, liet hij in het openbaar, in de Indische landsvergaderzaal, rectificeeren, dat hij in dat onverhoopt geval de zijde van het recht zou houden'). Geen staatsman, niet van politieken aanleg, bewees hij daarmee, negen op de tien politici ten voorbeeld te kunnen zijn sedert de politiek niet alleen de kunst is van het mogelijke, maar naar het schijnt ook die van de Rechthaberei, van voor niets ter wereld zijn ongelijk te bekennen.

In ieder geval bezat hij iets, waarvan het gemis door geen staatsmanschap, geen politieke scholing, geen taktische handigheid ter wereld wordt goedgemaakt; hij bezat het vertrouwen van den Indonesiër.

Hierdoor was hij langzamerhand ongeveer een unicum geworden. Aan zijn belangeloosheid, zijn toewijding, zijn offervaardigheid werd niet getwijfeld, zelfs door de extremisten niet. Hij werd door de Indonesiërs bemind en vereerd, zooals alleen een missionaris overkomen kan. Terwijl alom de verstandhouding tusschen blank en bruin bedorven werd, hield hij in de inlandsche hoogachting en genegenheid onverminderd stand door het offer van zijn leven, door het vermogen van Indonesisch te kunnen denken en voelen, door een zeldzame kennis niet alleen van de taal, maar ook van de levende ziel, die zij vertolkt. Voor Indië zelf achten wij het gelukkig, dat zijn staatkundige

') Naar wij meenen schuilt in deze wijze van voorstelling eene vergissing. Pastoor van Lith heeft, voor zoo ver ons bekend, nimmer zonder meer gezegd, dat hij bij de eerste de beste botsing tusschen Europeanen en Inlanders, zou staan aan de zijde van den inlander. Reeds in 1922, in zijne bekende brochure „De politiek van Nederland ten opzichte van Nederlandsch-Indië” uitgegeven door L. C. G. Malmberg, liet P. v. Lith op bladz. 16 goed uitkomen, dat hij, de missionaris, zou staan aan de zijde van het recht en gaf zeer duidelijk te kennen, dat het recht hem ook wel eens zou kunnen dwingen tot den smartelijken plicht tegenstander te worden van de inlanders, „met wier leven zijn eigen leven één geworden is”. De hierboven bedoelde rectificatie was dus niet eene rectificatie van eigen zienswijze, maar eene rectificatie van een verkeerd begrijpen zijner woorden door sommigen. Redactie St. Claverbond.

Sluiten