Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WELKE IS DE INHOUD DER JAVAANSCHE GEDICHTEN?

DOOR A. D]A]ASEPOETRA SJ

■verzien we de Javaansche literatuur dan ontdekken we dat twee vreemde volken hun invloed hebben laten gelden: de Arabieren en de Hindoes. Heel duidelijk blijkt dit uit de stof der Javaansche tooneel- of liever wajang-stukken. Zoo telt men er drie soorten: wajang poerwa, die handelt over Hindoesche, wajang golèk over de Arabische en ten laatste wajang gedog over inheemsche tafereelen. De wajang-poppen ook, die de voorkomende personen moeten voorstellen, hebben voor iedere soort haar eigenaardig cachet.

En tegenwoordig, nu de Javanen met Europeanen omgaan, zou het geen wonder zijn, als de Europeesche invloed ook zijn kleur geeft aan de Jav. literatuur.

Van de 4 hoofdsoorten, welke men in de poezie wel eens pleegt te onderscheiden, zijn de epische en dramatische de rijkste, hoewel daarin ook lyrische en didactische gedeelten te vinden zijn.

Zoo b.v. vormt de Jav. geschiedenis van den vroegsten tijd af tot den opstand van Dipanegara (1830) een reeks van epische gedichten, welke echter niet als het werk van een enkeling mogen aangezien worden, maar aan verschillende dichters uit verschillende tijden met verschillende talenten moeten worden toegeschreven. Wie zij waren is uit de werken zelf niet even gemakkelijk op te maken. Want die werken dragen den naam van de dichters gewoonlijk niet en indien ’t wel het geval is,

Sluiten