Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niemand kon dus kortelings die grot binnengetreden zijn.

Beide dieren, die hem aldus het leven gered hadden, werden door den profeet gezegend en de herinnering aan dit feit zou eeuwig bij de geloovigen blijven voortleven.

Door den romantischen Javaan worden echter nog meerdere dieren bij dit avontuur getrokken, om er een meer of minder gelukkige rol te vervullen.

Even nadat beide vervolgden de grot waren binnengedrongen, kroop een kikker uit zijn schuilhoek te voorschijn en likte een voor een de voetsporen der beide mannen weg. Ook de kikker ontving des profeten zegen welke het dier voortaan vrijwaarde voor alle mishandeling der menschen. Niemand op Java denkt er dan ook aan de vele kikkers die soms onder de ambèn’s (rustbanken) slapen eenig kwaad te doen. Minder gelukkig of liever gezegd wel zoo gelukkig liep het af met de boschkip die bij Mohammed’s komst in de grot, verschrikt en kakelend opvloog. Het gekakel dezer kip hoorende wilde een der vervolgers de grot binnengaan, doch geen sporen ziende van menschen, vond hij het toch al te dwaas een vermoeden zelfs maar te koesteren, dat zijn vijand zich misschien daar verborgen had. Reeds wilde hij doorgaan toen plotseling een tjitjak of huishagedis haar stem liet hooren. In het getjëk-tjak van dit diertje, meende deze pintere Arabier, die blijkbaar ook Javaansch verstond, de laatste lettergreep van ’t woord „pitjak” = ~blind”, te verstaan. De tjitjak schold hem dus een blinde, daar hij Mohammed, ofschoon in diens nabijheid, toch niet zag. Om zekerheid te hebben nam hij dus een grooten steen op en slingerde dien de grot in. „Heeft iemand er zich in verborgen dan zal hij, getroffen door dien steen, toch wel een kik geven.” De noodlottige steen raakte de bovenlip van den profeet, wondde die en brak een boventand midden in de kaak stuk. Met bebloeden mond sprak Mohammed nu een vloek uit over het geslacht der boschkippen. Zijn volgelingen moesten er zich in ’t vervolg maar voor hoeden, vleesch van boschkippen, boschhanen of hun kuikens te eten.

Grooter vloek echter trof de familie der tjitjaks. Voortaan zou iedereen die des Vrijdags zulk een beestje zou vangen om het den bek vaneen te scheuren, een vermeerdering van verdiensten voor den hemel winnen.

Sluiten