Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE LEGENDE VAN KJAI BAROE KLINTING

DOOR H. CAMINADA S.J

■oekija woonde dicht bij den Merapi, ver van de Sultansstad verwijderd. Toen hij echter 8 jaar was geworden, wilde hij naar school, liefst naar de stad, waar ook zijn vriendje Gija schoolging. In het begin zagen zijn ouders er wel erg tegen op, vooral grootvader. Pak Kramadirja. Waarom moest trouwens zijn kleinkind naar school, en dan nog wel naar de stad? Hij was toch zelf ook nooit op school geweest! Maar Toekija hield vol, en ten slotte werd hij in de stad in den kost gedaan, bij dezelfde menschen, waar Gija verbleef.

Pak Kramadirja was de oudste van zijn dessa. Al de bewoners van dat dorp behoorden tot zijn familie: Pak Soeta en Pak Merta waren jongere broers. Pak Sastra en Pak Rana en nog verschillende anderen waren zijn kinderen. Het aantal kleinkinderen en achterkleinkinderen liep over de vijftig. Vandaar dat Pak Krama door alle menschen uit zijn dessa bijzonder geëerd werd. Zijn uitspraken golden als orakelspreuken en niemand zou het wagen iets belangrijks te verrichten, alvorens den raad van Pak Krama ingewonnen te hebben.

Ook Toekija had een diepen eerbied voor zijn grootvader. Wanneer hij met de Mohammedaansche vasten naar huis terugkeerde, bracht hij menigen avond met zijn neefjes en achterneefjes in grootvaders huis door. Deze kon zoo mooi vertellen, en als hij bezig was, scheen de tijd zoo kort, dat ’t dikwijls zeer laat

Sluiten