Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bergen, vooral van ’t nieuwe huis uit. dat nu nog in aanbouw is en met September klaar komt. We wonen zoolang nog in het oude huis met ruim 60 kinderen, en zeven Zusters.

Natuurlijk kunnen we niet in dat ééne huis met zn allen. Daarom slapen twee Zusters, en een gedeelte van de kinderen in de oude kerk, aan de overkant, en de school is een gehuurd huis, een paar huizen verder. In die hulpschool, waar Normaal,- Volks- en Kostschool samen in dat ééne huis zitten, is ’t een verschrikkelijk behelpen. Ik heb de eerste en tweede klasse Volksschool. Die klasse lijkt meer op zoon kermiskraam, weet u, met een zonnescherm van gevlochten bamboe. Maar we krijgen gauw een ander. We hebben schatjes van kinderen, waar we wel nog veel aan moeten veranderen. Maar ze zijn zoo gewillig en hun gemoed is nog zoo week. Dat ze toch toegankelijk zijn voor het goede, heb ik dikwijls ondervonden.

Deze week heb ik hun voor het eerst een Hollandsch liedje geleerd. Ze waren zóó in de wolken! Met die belofte heb ik hun een heele week zoet gehouden. Ze deden hun best om stil te zijn en vlijtig. En toen die kleine peuters een heele week hebben volgehouden, heb ik hen „Tusschen Keulen en Parijs” geleerd, en later gespeeld. U had die mondjes moeten zien; ik moest mij goed houden om niet te lachen. Ze hebben zich zoo moeten inspannen, om die moeilijke Hollandsche woorden uit te spreken. Ik ben benieuwd, of zij de volgende week nog kennen. Nu zal ik U, lieve Moeder en Zusters, maar niet langer meer ophouden. Hoe gaat het met u a len. Is de schade door de overstrooming veroorzaakt, weer zoover Door de verschillende brieven uit Mook'), heb ik die meegemaakt. Wat heb ik dikwijls geen eten van Indië sturen”. Nu maar , van nieuws krijgt u een anderen . bartelijke groeten van van a n k b a r e

E '

Sluiten