Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PASTOOR CAROLUS WENNEKER

DOOR ]. J. VAN RIjCKEVORSEL S.j.

■!en tweeden Maart stierf plotseling te Moentilan de I veteraan der Nederlandsch-Indische Jezuïeten-Missie: pastoor Carolus Wenneker.

Op 10 September 1837 te Schiedam geboren, had hij bij zijn heengaan bijna de negentig jaren bereikt en tot den laatsten dag was hij over zoo goed als al zijne vermogens blijven beschikken. Alleen het gezicht was sinds eenige maanden wat zwakker geworden, zoodat hij slechts moeilijk kon lezen. Schrijven ging echter nog en niet lang voor zijn dood schreef hij nog drie lange artikelen over de Batak-missie, over den Engelsch-Indischen katholieken gouverneur van de Straits Settlements, Sir F. Weid, en ~De goede trouw.”

Wat een werkkracht voor zoo’n hoogen leeftijd, toch nog slechts een nalichtend glimpje van hetgeen dit zoo welbestede leven van dezen rijk begaafden priester te bewonderen bood.

Na eerst eenige jaren te Katwijk de humaniora geleeraard te hebben en er zijn leerlingen met verwondering te hebben vervuld over zijn ontzaglijk geheugen, dat naar verhaald werd den Griekschen dictionnair van buiten kende, werd hij in 1875 naar Indië gezonden, waar hij 8 januari 1876 voet aan wal zette. Hij werd er benoemd tot hulppriester en een weinig later tot onderpastoor te Padang. Aan de zorg voor de hem in de eerste plaats toevertrouwde Europeesche Katholieken van Padang en het, voor bijna de helft onder die statie ressorteerende Sumatra, paarde hij een grooten ijver, het H. Evangelie ook onder de

Sluiten