Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MANGOENDARMA

DOOR H. BASTIAANSE S.].

u zich een Javaan voorstelt als een zeer flegmatisch iemand, die niet meer bewegingen maakt dan strikt noodig zijn, dan zult u toch wel vreemd opkijken, als u met Mangoendarma kennis maakt. Want Mangoendarma is een levendig, pittig kereltje, met een gezicht, dat onwillekeurig doet mee-glimlachen. Onder zijn zwaar-gerimpeld voorhoofd heeft hij ’n paar guitige oogen, die fijntjes lachen achter z’n altijd scheeve brilleglazen. Dan volgt z’n breede neus, die maar even naar buiten steekt, en daaronder, aan beide zijden, een twintig haartjes, bij wijze van snor. Een baard heeft hij nooit gekend, en hij kan dan ook gerust wedijveren met den gladst-geschoren Amerikaan.

Zijn gang is bepaald deftig: hij maakt kleine pasjes, en z’n armen laat hij, ellebogen naar achter, hoogst elegant meebalanceeren. Ondanks zijn vijfenvijftig jaren loopt hij bovendien onberispelijk rechtop als een jong luitenantje, terwijl z'n hoofd bij iederen stap elastisch meeknikt.

Mangoendarma is een oud-loerah van Sedajoe, een dessa op een half uur sporens van Djokja. Benige jaren geleden was hij nog goeroe ngèlmoe, Javaansch godsdienstleraar, en onderrichtte hij zijn menschen heel geheimzinnig over „de wetenschap van het hoogere”.

Zoo bijv. over „Bétal mockaram” of het „heilig huis”. Dat heilig huis is de mensch zelf, woonplaats van het Opperwezen.

Sluiten