Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pakoe beteekent spijker. Bedoeld wordt daarmee: de reuzenspijker, waarmee een land of eiland aan de aarde vast heet te zitten. En daar de koning stut, steun en vastheid aan ’t rijk geeft, heet hij bv. Pakoenegéra = spijker van ’t land. Pakoe~ alam = spijker der wereld.

(Opmerking: De Tidarheuvel bij Magelang wordt beschouwd als de kop van den spijker, waarmee Java aan de aarde wordt vastgehouden. Hij ligt ook nagenoeg precies in t midden van ’t eiland.)

Nafa = koning: ook: regelen, ordenen.

Pradja = koninkrijk (denk aan radja).

Poerba = begin, oudheid, schepping.

Poera = burcht, kraton.

Soecja zon.

Soera = godheid; ook: reus.

Sasra = duizend.

Tjandra beeldspraak; ook: maan.

Tjakca = sikkel, speciaal maansikkel; ook een wapen met dien vorm.

(Opmerking: Men denke eraan, dat bij de Hindoes zon en maan in hooge vereering stonden.)

Als men nu nog ’t volgende lijstje van woorden nagaat, die meestal in het tweede gedeelte van den naam voorkomen, dan kan men aan ’t vertalen gaan.

Alam en rat wereld.

Boemi en negara = land, aarde.

Brata = hevige onrust, oorlog.

Rata = rijtuig; ook effen, vlakte.

Tjipta = denken; gedachte.

Men beproeve nu zijn krachten aan de volgende vertaalnummertjes:

1 Dipakoesoema Dipadiningrat

Dipanagara Dipasoepraba Dipaamipradja

2 Natakoesoema Natamidjaja Natawidjaja

Natadiningrat Natasoerata Nataamidjaja

3 Reksanagara Reksakoesoema

Reksadiningrat Reksawidjaja

Sluiten