Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„minzamen” voorbij zagen gaan, om hem te kunnen groeten met een „Tindak datëng poendi, ndara toewan”. (Waar gaat U heen, mijnheer de pastoor')- „Amëng-amëng, ndara?” (Maakt U een wandeling?)

w» .. o / Mocht de pastoor op zijn tochten door hun dorp gaan, al zou hij nog bezig zijn met zijn brevier, dan klonk ’t toch van alle zijden: „Pinarak ndara”. (Kom even bij ons, toewan).

Zijn vertrek naar Holland, neen, niet alleen zijn vertrek, maar ook dat van menigen anderen missionaris, die naar het vaderland teruggeroepen is, om de studie s voort te zetten, werd beweend en betreurd door velen, zoowel katholieken als heidenen, die hen leerden kennen en lief hadden gekregen. Als dan degene, die heengegaan zijn, te midden van den Grooten Oceaan dobberen, of reeds in het koude Noorden zijn aangekomen, hoe dikwijls denkt en spreekt men dan niet over hen en vraagt men elkaar: ~Wanneer zou die en die ~rama (pastoor) weer terugkomen?” ofschoon men zelf het antwoord weet te geven: „Over zooveel jaren pas, eerder niet .

Och, men vraagt alleen in de hoop, dat men misschien een ander antwoord zou krijgen. Dit zijn uitingen van genegenheid, liefde en gehechtheid, geboren uit oprechte dankbaarheid. Nog een voorbeeld.

Een moeder lag ziek te bed: reeds dagen, ja weken lag zij daar onder vele pijnen. Toen kreeg haar kind een geschenkje, een heel leuk stuk)e speelgoed, uit het verre Nederland, door een allerbesten vriend gestuurd. Nauwelijks had het kind dat gekregen, of blij vloog het daarmede naar moeder toe, en geestdriftig riep het uit: „Embok moeder, kijk, wat voor ’n mooi’s ik van den toewan gekregen heb”. Moeder keek op: hoewel zij veel smart verduurde, vergat zij haar leed; zij glimlachte, haar doffe, matte oogen begonnen levendig te worden: zij beschouwde het geschenk neen, niet alleen dat kleine onbeduidende speelgoed méér zag zij: een oogenblik was zij weg, haar geest was bij den gever, die daar in dat verre, verre land vertoefde, wellicht niets vermoedende van wat er zich in deze ziekenkamer afspeelde: goedig en zacht zei zij dan:

Dergelijke vragen zijn, naar de javaansche opvatting, volstrekt niet onbeleefd, integendeel.

Sluiten