Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NGÈLMOE DJAWA

DOOR C. TjIPTAKESOEMA S.J.

II

(Vervolg en slot van blz. 45.)

haar leer over de uitersten van den mensch is de >.Wirid ’ zeer naïef, en vooral hier treden de oude en animistische begrippen sterk op den voorgrond.

Allereerst wordt ons verhaald, hoe de ngèlmoe-volmaakte op verschillende tijdstippen van zijn leven bericht krijgt van den naderenden dood. Precies één jaar voor zijn sterfdag zal hij wezens zien, waarmee hij tot dan toe onbekend bleef, zooals b.v. de geesten, die zijn huis bewaken. „Gedenk uwen jongsten dag I roept de „Wirid ’ hem toe bij die eerste kennisgeving, en ze raadt hem aan, te vasten en boete te doen, en zijn ziel los te maken van alle ongeduld en verkleefdheid aan het aardsche.

Een half jaar later wacht hem een tweede kennisgeving; vanaf dat oogenblik zal hij de taal der kwade geesten verstaan. „Wacht LI wel, hun het oor te leenen” vermaant hem de — „Uw hart omhoog tot God, Hem zult ge loven. Hem uw hart toewijden in een vurige acte van liefde”.

Zeven dagen vóór zijn dood ontvangt hij een nog duidelijker teeken: hij heeft geen behoefte meer aan spijs en drank en hij gevoelt zich levensmoede. „Waak en bid en beween uwe vroegere misdaden” klinkt het hem tegen vanuit de „Wirid”. Dan moet hij bidden:

Sluiten