Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekend onder den naam van theosofen, die beweren, dat alle godsdiensten goed zijn en dat men bijgevolg maar houden moet wat men heeft? En brengt het communisme, dat ook hier langzamerhand veld begint te winnen, geen onrust en verwarring in de gemoederen teweeg?

Volkomen waar, ja, dat zijn ernstige moeilijkheden.

Maar die drie duizend bekeerlingen waren ook niet allen Galileërs, zooals Petrus, spraken niet allen zijne taal en toch werd hij door al zijn toehoorders verstaan. En wie weet, hoe antipathiek ze ten opzichte van Petrus gestemd waren, misschien veel antipathieker dan de Javanen ten opzichte van mij, daarbij sprak hij ze allesbehalve vleiend en vriendelijk toe. En toch hij won ze.

Wat die andere moeilijkheden betreft, moet ik bedenken, dat, waar niet gestreden wordt, geen zegepraal mogelijk is. Derhalve, den kruistocht begonnen! Op ten strijde! God wil het! De wapenen aangegord, de wapenen des vredes!

Zou ik het tenminste niet moeten probeeren?

Maar drie duizend Javanen tegelijk bekeeren, tot drie duizend Javanen tegelijk het woord richten, dat kan toch niet. Eén dessa telt over ’t algemeen niet meer dan 300 inwoners. Dus je zou op z’n minst tien dessa’s moeten doen uitloopen, om drie duizend menschen te kunnen toespreken. Hoe krijg ik die bij elkaar? Dan zou er uit den hemel nog een veel grooter gedruis moeten ontstaan, dan toen Petrus sprak op den Pinkstermorgen te Jerusalem.

En op wondertjes moet ik maar niet te veel rekenen. Daar is de Goede God nog al zuinig mee. Heel heilige menschen, die laat Hij soms weleens wonderen doen, maar dan ook dikwijls nog niet eens zooveel, als ze zelf wenschen. Denk maar eens aan den Heiligen Petrus Canisius.

Daarbij komt nog dit. Bij de geboorte der Kerk was het, volgens Gods raadsbesluiten, noodig, dat er door het woord en het toedoen van één, vele menschen ineens tot den Katholieken godsdienst overgingen. Nu is de Kerk al niet meer in haar jeugd, nu wenscht God blijkbaar, dat wij, om het reeds groote ledental te vergrooten, de gewone menschelijke krachten en middelen gebruiken en langzaam, maar zeker vooruitgaan.

Sluiten