Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RADEN ADjENG KARTINI

DOOR G. VRIENS, S.].

II

(Vervolg van blz. 112.)

■et is hier in deze enkele bladzijden niet de plaats om geheel den strijd, welken Kartini in haar leven heeft moeten doormaken, in zijn volle breedte en zielediepte te ontleden. Enkele grepen er uit zijn echter ook reeds voldoende om den vollen omvang er van te doen beseffen. ledereen, die eenigszins met Javaansche toestanden op de hoogte is, begrijpt wat het zeggen wil; Kartini begon, aanvankelijk geheel alleen, den strijd tegen de eeuwen-oude en in haar tijd nog overal gehuldigde adat van haar stand. In de onmiddellijke huiselijke omgeving vond zij dan ook aanstonds den heftigsten tegenstand. Vooral haar oudste broer en zuster waren barsch en bitter voor haar. 01 hoe schreide het jonge kinderhart, wanneer zij, vol enthousiasme, van haar illussies en idealen sprak en het haar dan ijzig-koud tegenklonk: „Ga je gang: ik ben een Javaan!" Ook haar moeder begreep haar nog niet en vervreemde aanvankelijk geheel van haar. Slechts bij haar derden broer vond zij stille sympathie. Deze bezocht echter te Semarang de H.B.S. en was dus slechts zelden thuis.

Den pijnlijksten strijd nochtans bezorgde haar de liefde haars vaders. Raden Mas Adipati Ario Sosroningrat behoorde tot de meest vooruitstrevende bestuursambtenaren van zijn tijd, maar ineens instemmen met de plannen van zijn dochter, welke zoo

Sluiten