Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van deze instrumenten, met varieerend timbre en hoogte heeft.

Betrekkelijk volledig kan men echter het instrumentarium reeds noemen, wanneer er twee gongs, één kempoel (een klein soort gong), één ketoek en een drietal kenongs aanwezig zijn. De beide laatsten hebben, wat de uiterlijke vorm betreft, veel overeenkomst met de schalen van de bonang; de ketoek echter

vooral is veel zwaarder en hooger van bouw. Zij rusten op twee kruiselings-gespannen koorden in een vierkant houten geraamte. De gongs en kempoels hangen met touwen aan een gajor of standaard, die dikwijls kunstvol geornamenteerd is, zooals de foto van het gamelan-instrumentarium duidelijk te zien geeft.

Gong.

Tenslotte nog een enkel woord over den „dirigent”, waarvan de andere nyaga’s (gamelanspelers) de dynamische en rhythmische variatie’s overnemen. De kendang is een uitgeholde boomstam, aan beide zijden met runder- of herten-leer bespannen; zig-zag overlangs-loopende touwen

Ken dan g

Sluiten