Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog een jaar te Soerabaja, maar keerde toen voor goed naar Holland terug.

De drie laatste jaren van zijn leven waren voor hem een langdurig martelaarschap. Na een beroerte, die hem in December 1926 getroffen had, kon hij zich niet meer bewegen. Dag en nacht bracht hij door op een stoel, daar een maagkwaal hem het liggen onmogelijk maakte. Alles was ziek, alleen zijn hoofd bleef helder en zoo werkte hij nog verder, door over geestelijke onderwerpen te schrijven. Benige maanden geleden werd hij naar het nieuwe College in Nijmegen overgebracht, waar alles er beter op ingericht was, om zijn lijden te verlichten. Den Hen December kwam echter het einde van het leven, dat deze oprechte dienaar des Heeren voor het heil der zielen bestemd had. R.I.P.

Pater Josephus Frencken. – Daags voor Kerstmis overleed te Nijmegen, in het St. Joh. Berchmans-College, Pater Frencken, om Christi geboortefeest aan de andere zijde van het graf te vieren. Hij werd te Oosterhout geboren, den 19en December 1861 en vertrok in 1896 met Pater E. Engbers en eenige andere missionarissen naar de Missie, waar hem, na een kort verblijf in Semarang, Larantoeka op Flores als arbeidsveld werd aangewezen. In 1898 kwam hij. als Superior, aan het hoofd te staan van deze afdeeling, tot hij in 1903 werd overgeplaatst naar Sumatra, om de missiestatie Medan, die sinds Pater Bernard Mutsaers haar in 1898 verlaten had, zonder herder gebleven was, wederom te bezetten. Hem was de taak opgedragen, den achterstand weer in te halen, zoowel door de geregelde zielzorg onder de Europeanen op de verschillende plantages in den omtrek, alsook door het bekeeringswerk onder de Klingaleezen, waaronder hij spoedig een kuddeke van een paar honderd ijverige Katholieken telde. Het succes was echter niet groot en dat was wel het zwaarste van dezen toch al moeilijken missiepost. In 1909 bezweek P. Frencken onder den last en moest repatriëeren. Na eerst in Oudenbosch wat gerust te hebben, bleek hij spoedig dermate hersteld, dat hij hier in het land weer aan den arbeid kon gaan.

In 1910 kwam hij te Maastricht, waar hij de Jongeheeren-

Sluiten