Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eten wordt aangeboden; U moet zich daarnaar schikken. Ga aan tafel zitten en laat alles zijn gang gaan en als U zelf niet eten kan, zie dan toe, terwijl de gasten eten”.

Ik ging dan binnen en nam plaats aan tafel. Het eten werd opgediend en zooals de beleefdheid vordert, ik werd het eerst bediend en daarna de anderen; maar deze bleven zitten en gebruikten niets.

Nu kwam Dawoed naar mij toe en zei; „Mijnheer, U moet wat eten. Zoolang U niet eet, verbiedt de beleefdheid aan de anderen te beginnen”.

Daar had je het nu. Dus toch eten. Er was geen ontkomen aan. Er was heldenmoed voor noodig en ik verzamelde, wat ik aan moed bezat en begon te eten, maar verklaarde tevens, dat dit het uiterste was, waartoe ik nog in staat was en dat ik in het vierde dorp van elke poging afzag en moest afzien.

Op aller aangezicht kwam een glimlach; maar allen waren tevreden, ook de gastheer. Wel at ik niet heel veel; maar dat was ook niet noodig. Ik had gegeten en aan de wetten der beleefdheid was voldaan.

Van het bezoek der afzonderlijke huizen moest ik afzien. Alle waren gebouwd op de helling van een steilen heuvel. Elk huisje was een nieuwe berg en ik was te moe om nog veel te klimmen.

Wij spraken over de bestaansmiddelen van Semagoeng: De bevolking leefde van cassave en van mais, verder van de cultuur van een boomsoort, waarvan de wortelen voor verfstof werden verkocht op de markt te Moentilan, en houtskool, die zij stookten uit de boomen van het heuvelland, die hier en daar in bosschen bij elkaar stonden.

Na het eten gingen wij verder naar het laatste der vier dorpen, naar Teksanga. Dit was het meest welvarende der vier, omdat het lager lag, dan de drie andere en de eerste rijstvelden hier begonnen. Op dat punt had het riviertje water genoeg om enkele rijstvelden te voeden en de kloof begon zich zooveel te verbreeden, dat de aanleg van eenige terrassen, geschikt voor rijstbouw, mogelijk was.

Ik begon intusschen zoowel psychisch als physisch moe te

Sluiten