is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1908, 01-01-1908

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Resultaat. Gedurende de 12 maanden dat ons onderzoek duurde, konden wij eerst in de sawah's, waarin men visch teelde, later in de met padi te beplanten en beplante pettaks, geregeld anopheleslarven vinden, eveneens in de vele kleine plasjes, die zich tusschen de pettaks hadden gevormd, door het doorsijpelen van water.

7. Kleine plasjes.

a. 11 Mei 1906. In een der afwateringsslootjes, die men in een groot aantal op onze terreinen vindt, en die door onvoldoende bekribbing en ondermijning der kanten zich zeer verbreed hadden, en daardoor zandbankjes en waterplasjes gevormd hadden, vond men in tal dezer laatste anopheleslarven (nabij Paboearan).

b. 28 Augustus 1906. Ter zijde van een waterleidingetje met snel stroomend water op een open vlakte aan den grooten weg hadden zich door doorsijpelend water een paar plasjes gevormd, waarin anopheleslarven waren.

c. 20 Juli 1906. In de groote Tjidepit-waterleiding, die, nu in dit gedeelte van 'tjaar onze sawah's niet geïrrigeerd worden, droog staat, hadden zich door de regens waterplasjes gevormd. In enkele daarvan waren anopheleslarven.

d. 13 Juli 1906. In het zuid-oostelijk deel van de terreinen was een kirahi-boom omgekapt. In den achtergebleven stronk was het binnendeel verrot, waardoor een kommetje was ontstaan. Door regens was dit met water gevuld, en hierin waren anopheleslarven.

e. 6 October 1906. Bij het steenen bruggetje, tusschen pisangtuin en bamboebosch, was door het aanhoudend rijden van karren, de grond omgewoeld. Kuiltjes met water hadden zich gevormd, en daarin waren anopheleslarven.

ƒ. 26 October 1906. Tusschen de koffietuinen in het oostelijk deel der terreinen is een weg, die voert naar het ravijn. Daar dit weggetje geregeld bereden wordt