is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1908, 01-01-1908

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschrift het volgende gezegd omtrent de verhouding van plasma en deelend chromatine in gewone schizonten:

„Beim Beginn der Kernvermehrung ist die Kernsubstanz „nur sparlich vorhanden, es tritt die Anordnung der Ein„zelnen Chromatinpartikel deutlich zu Tage; wahrend der „weiteren Kernvermehrung geht mit der Auftheilung der „Kernsubstanz eine ausserordentliche Proliferation derselben „Hand in Hand. Das Chromatin wird wahrend der Theilungs„phasen vermehrt, und diese Kombination von Wachstum und „Theilung bringt die Unregelmassigkeit der letzteren hervor. „Wahrend ein Kern sichdurchschnürt werden anseineTheilhalf„ten schon neue Chromatinmassen angelagert und veranlassen „die Bildung von Büscheln und Fortsatzen. Bei dem Auftreten „des neuen, hinzuwachsenden Chromatin aus dem Plasma „scheint dasselbe zuerst in einer schwerer farbbaren Modifi„kation in der Nahe der fertigen Kernsubstanzen vorhanden „zu sein. So erklare ich mir die Verschiedenheit der Bilder „bei schwacher und starker Farbung nach Romanowsky".

In de onmiddellijke nabijheid van het deelende chromatine heeft men dus bij de gewone schizonten ein „Vorstufe" van nieuw chromatine, die zich doet kennen als een wat moeilijk kleurbare „Substanz". Vervolgens denkt zich Schaudinn dit ontstaan van chromatine, „durch Unwandlung des „Plasmas oder Ausscheidung aus demselben" (bl. 219).

Wij meenen nu voor makrogameten dezelfde verklaring aan te moeten nemen als Schaudinn voor zijne schizonten. De paarsachtige kleur van het plasma om het zich deelende en grillig in vorm toenemende chromatine meenen wij te mogen wijten aan het in het plasma aanwezige, daarin wellicht fijnverspreide jonge toekomstige chromatine.

De makrogameten in onze figuren 3—8 afgeteekend vormen goed bezien verschillende schakels in hetzelfde proces. Fig. 3 vertoont de voorbereiding van het chromatine in het kernblaasje om zich te splitsen in een lichter en donker deel, met tot besluit de vorming der kernplaat. Fig. 4 is de af_