is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1908, 01-01-1908

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tuberculose, wanneer zij gedurende minstens vier maanden in het lichaam van de kip leven, beschermd tegen de phagocytose door een zakje van collodion. Doch, dat een vogeltuberkelbacil in staat kan zijn een zoogdier te besmetten en daarbij de kenmerkende pathologisch-anatomische veranderingen der tuberculose te veroorzaken, werd, althans voor zoover mij bekend, het eerst aangetoond door Lydia Rabinowitsch '). Onder 45 in den zoölogischen tuin te Berlijn aan tuberculose gestorven apen, van welke er 33 nauwkeurig bacteriologisch werden onderzocht, vond zij er één uit wien vo g e 11 u b e r k e 1 b a c i 11 e n gekweekt konden worden.

Ik ben in staat een aanvulling te geven van deze mededeeling, doordat het mij, na herhaalde vergeefsche pogingen, is gelukt om een aap kunstmatig met vogeltuberkelbacillen tuberculeus te maken. Op den 19en Maart 1907 werd een jonge aap (macacus cynomolgus), door mij met pisang gevoederd, die met vogeltuberkelbacillen was besmet. Omstreeks Juni begon het diertje opvallend te vermageren, slecht te eten en ook af en toe te hoesten. Op den 3en Augustus stierf het.

Sectieverslag.

Belangrijke vermagering. Gedissemineerde tuberculose der longen met verkazing. De voorste mediastinale en de bronchiale lymphklieren zijn belangrijk vergroot en verkaasd. Milt, lever en nieren bevatten een groote hoeveelheid geheel verkaasde tuberkels van verschillende grootte. Verkaasde tuberkels in het omentum. Het geheele mesenterium is veranderd in een knolachtige massa, die uit geheel .verkaasde sterk ve'rgroote lymphklieren bestaat. Tuberculeuse zweren in de darmen.

Geen makroskopisch waarneembare veranderingen in de tonsillen of pharyngeale lymphklieren.

Uit de tuberculeuse organen konden weer tuberkelbacillen gekweekt worden met de eigenschappen van vogeltuberkelbacillen.

i) lydia Rabinowitsch. Ueber spontane Affentuberculose, ein Beitrag zur Tuberculosefrage. Deutsche medic. Wochenschr. 1902' no. 22.