is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1908, 01-01-1908

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mus en het uitblijven van reactie op enkele proeven (zie later).

Het lijkt mij niet oninteressant om de lezers van dit tijdschrift eens in het kort te vermelden, hoe deze symptomen objectief aangetoond worden en zal ze achtereenvolgens bespreken.

1. Duizeligheid wordt vaak met evenwichtsstoornis verward.

Zij komen, hoewel meestal samen, toch ook wel onafhankelijk van elkaar voor. De door Passow (3, blz. 166) gemodificeerde definitie van Oppen heim voor duizeligheid luidt: „wir verstehen unter Schwindel eine Unlustempfindung, welche aus einer Tauschung über die Beziehungen unseres „Körpers zum Raume entspringt". Duizeligheid treedt op bij ziekte of verwonding van het booggangapparaat, verdwijnt echter weer zoodra dit geheel verloren gaat of geneest. *).

Hoewel alleen subjectief waarneembaar kan van het verschijnsel toch gebruik gemaakt worden bij het zoeken naar uitvalssymptomen. Een gezond mensch wordt b. v. duizelig als hij snel rondgedraaid wordt. (Dit doet men door hem op een draaischrijf te plaatsen). Daarbij worden sterke vloeistofstroomen opgewekt in het booggang-apparaat. Is dit verloren gegaan, dan zal na het ronddraaien duizeligheid ontbreken.

Bij doofstommen zijn deze proeven, evenals al de volgende, van belang om te kunnen zien of er nog een deel van het booggang-apparaat functioneert.

*) Dat bij aanwezigheid van een ziek labyrinth het symptoom duizeligheid niet altijd zonder meer aan de ooraandoening toegeschreven mag worden, Ieeren ons de gevallen zooals er een door Burger (38) zeer onlangs beschreven is, waarbij het genezen van een kaakettering de bestaande duizeligheid en het oorsuizen deed verdwijnen, terwijl de labyrinthaandoening stationair bleef.

Reeds in 1898 heeft Ten Siethoff (39) in een vergadering van de Nederl. keel-, neus en oorheelkundige vereeniging melding gemaakt van genezen Ménière'sche symptomen door een neusbehandeling.