is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1909, 01-01-1909

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toch bedroeg het aantal herstelden bij de eersten 50 % tegen 34 °/o bij de laatsten.

In overeenstemming met de beide vorige tabellen vinden wij ook hier weder, dat liet restant bij de katjang-hidjoe gebruikers minder bedraagt dan dat bij de contrölepatiënten respectievelijk (28-30), (26-27), (15—23), een bewijs te meer voor het nuttige effect der boontjes. Vooral in tabel III zien wij dit duidelijk uitkomen. Wellicht moet dit worden toegeschreven aan de omstandigheid, dat in het tijdvak December '07—September '08 minder zware gevallen zich hebben voorgedaan, hetgeen o. a. ook bevestigd wordt door het niet voorkomen van sterfgevallen.

Alij komt het verder niet ondienstig voor volledigheidshalve hierbij aan te sluiten eene afzonderlijke opgave van het aantal herstelden, zoowel onder de katjang-hidjoe gebruikers als onder de contrölepatiënten, met betrekking tot den duur der proefneming c. q. het optreden der genezing.

Van de 117 herstelde lijders d. i. van den 8en December '06 tot en met 5 September 1908 op een totaal aantal zieken van 218, hadden 68 personen katjang-hidjoe gekregen, van welke laatsten 51 aan beri-beri atrophica leden; de rest of 17 aan den hydropischen vorm.

I Van den Atrophischen vorm waren: 1 lijder(s) hersteld na + '/2 * maand(en)

2 , „ 1

2 „ n n V/2 2 2

^ » rt tt 21 /2 „

1 3

* n rt n ^ »

5 » n n 3'/2 „

8 4

3 5

9 „ 5'/2