is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1910, 01-01-1910

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vroegere opvatting, dat ze zouden kunnen ontstaan door eenvoudige ophooping van vloeistof in het irisweefsel zelf, is tegenwoordig verlaten. Dat een vroegere bloeduitstorting na resorbtie van het stolsel een sereuse cyste kan nalaten, vindt men nog door Lagrange ') aangegeven. Deze verdeelt de sereuse cysten nog in epiblastische en mesoblastische. De eerste zijn met epitheel bekleed en kunnen zijn traumatisch of aangeboren; de laatste zijn bekleed met endotheel en danken hun oorsprong aan trauma, ontsteking, irissynechie of bloeduitstorting.

Zeker neemt trauma een groote plaats in de aetiologie in, want in een statistiek van Rothmund zijn onder 36 cysten niet minder dan 28 van traumatischen oorsprong. Niet direct in aansluiting aan een laesie, doch vaak jaren later, kunnen ze ontstaan. Ook na operaties aan de iris heeft men herhaaldelijk cysten zien ontstaan (Ayres) 2).

De wijze van ontstaan is dan nog verschillend. Een eenvoudige afsluiting eener crypte kan ontstaan en later een cyste geven. Ook wordt aangenomen een vergroeiing aan de voorvlakte van de lens of achtervlakte van de cornea met een deel der iris, waarbij echter in het midden de vergroeiing niet tot stand komt.

Verschillende schrijvers als Früchte, Carver, Oatman enz. meenen, dat ook transplantatie van epitheelcellen mogelijk is. Ze spreken daarom van een implantatie-cyste.

Stölung neemt aan, dat cornea-verwondingen, die niet snel genezen, aanleiding geven tot in de diepte woekerei van cornea-epitheel. Dan zou het epitheel de iris gedeeltelijk gaan bekleeden. Later zou de verbinding tusscher het cornea-epitheel en het epithelialë irisbekleedsel ver-

*) T. Lagrange. Contribution a 1'étude des kystes de 1'iris. Archiv

d'Ophth. XX p. 272.

'■ Ayres. Cyst of iris following discission for cataract. Ophth.

Review. p. 350-