is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1910, 01-01-1910

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rekening te houden hebben bij de keuze van een stam voor agglutinatieproeven, vooral voor klinische doeleinden. Een agglutinatieproef, al dan niet voor de kliniek verricht, schijnt zeer eenvoudig en kan dat in vele gevallen ook zijn. Doch bij dit dysenterieonderzoek is mij gebleken, dat de voetangels en klemmen, waarop door mij werd gewezen in een voordracht over de Widalsche reactie, in het bijzonder voor de typhusdiagnose '), niet minder aanwezig zijn, wanneer deze reactie wordt toegepast op den bacillus dysenteriae.

Eindelijk moet nog een en ander gezegd worden over den reeds meermalen genoemden stam X. Deze werd, evenals de andere, geïsoleerd uit dysenterieslijm.

In Tabel II zien wij, bij eenige voorloopige agglutinatieproeven met dysenterie-patiëntensera, dat deze stam van vier sera ongeveer denzelfden invloed ondervindt als drie echte dysenteriestammen. Wij merken hierbij op, dat drie van deze sera tot 100 een positieven uitslag gaven; één serum bij 40malige verdunning bij alle stammen, dus ook bij X, een negatief resultaat. Alleen bij een vijfde serum, van Kajoen, wijkt X af en wordt bij de verdunning van 1 op 100 nog duidelijk geagglutineerd, in afwijking van de overige stammen.

De overeenkomst in agglutinatie met die andere stammen, gevoegd bij de toen gedeeltelijk onderzochte cultuureigenschappen, hebben mij in X oorspronkelijk ook een dysenteriestam doen vermoeden. De morphologische en cultuureigenschappen mogen hier volgen:

Een staafje, minder plomp en over het geheel wat kleiner van afmetingen dan de andere dysenterie-bacillen. Geen eigenbeweging, wel sterke Brownsche beweging. Gemakkelijk kleurbaar; niet volgens Gram.

Op gewone voedingsbodems zeer krachtig groeiend.

Bouillon gelijkmatig troebel, meermalen licht korrelig

0 Dit Tijdschrift Deel XLVI.

38