is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1910, 01-01-1910

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat niet het gevolg van het „officieel" zijn, maar van den inhoud van 't betoog zelf, collega!

Over de eigenlijke hoofdzaak van mijn verslag der creolineproef: het onderzoek der faeces, glijdt Dr. Groneman met een enkel woord heen. Erkennend, dat dit hem nieuw is, zegt hij, dat de bacillen dood of verlamd in het darmkanaal zouden zijn achtergebleven, om later daaruit verwijderd te worden, evenals na het genezen van een cholera-aanval, nog oude faecaalmassa's ontlast worden!

Ie. Heb ik bij geen van mijn patiënten direct na een cholera-aanval oude faecaalmassa's zich zien ontlasten;

2e. Kwamen de bacillen gedurende 10 dagen en langer onverminderd in de ontlasting voor, wat onmogelijk het gevolg kan zijn van 't achterhouden van doode of verlamde bacillen, maar wat bewijst, dat de bacillen zich zeer goed hebben kunnen vermenigvuldigen;

3e. Waren de bacillen zelfs niet verlamd, doch in enkele daarop onderzochte gevallen volkomen levenskrachtig en in staat zich voort te planten!

De kern van mijn betoog laat de Hr. Groneman dus geheel onaangetast! Verder vraagt hij, waar ik het recht vandaan haal, om te beweren, dat de 26 patiënten met choleradiarrhoe, die met creoline behandeld werden, waarschijnlijk ook zonder creoline genezen zouden zijn.

Dat recht ontleen ik aan de volgende feiten, (die voor dengeen, die lezen wil, ook in mijn verslag te vinden zijn, behalve misschien punt 3):

le. Waren alle 26 patiënten voor de proef uitgezocht als lijdende aan choleradiarrhoe, zooals uitdrukkelijk in mijn verslag vermeld staat.

En de choleradiarrhoe geneest bijna zonder uitzondering, ook zonder eenige andere therapie dan rust en dieet.

2e. Genas van de lijders aan choleradiarrhoe in den zelfden tijd, behandeld zonder creoline, eveneens 100 % (één der patiënten overleed later aan een pneumonie).