is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1910, 01-01-1910

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Merkwaardiger is de gang van zaken bij de verwonding van 't lichaam. Het groote stuk ijzer, dat in de rechter borstholte werd gevonden, heeft natuurlijk, toen het nog een deel van de buis uitmaakte, met zijn lengte-as ongeveer evenwijdig gestaan aan die van het lichaam. Verbinden we de bovenste opening in de huid met die in sternum, pericard, hart, rechterlong en achterwand van den thorax (4de rib), dan blijkt, dat het projectiel, met de punt vooraan moet zijn binnengedrongen in eene richting, die met de transversale as een kleinen hoek maakt, waarbij de richtingslijn van het stuk ijzer omhoog gaat.

We zijn daardoor gedwongen, ons voor te stellen, dat het stuk ijzer, terwijl het werd weggeslingerd, ongeveer 90° om eene horizontale as moet zijn gedraaid en draaiend het borstbeen heeft bereikt. We kunnen ons dan verder voorstellen, dat door de indringende punt van het ijzer het tricot mede in de diepte werd gesleurd, waarna door de spanning 't tricot is gescheurd. De fractuur in het borstbeen vertoont duidelijk de teekenen van een buigingsfractuur, waar de hiaat aan de buitenzijde nauwer is dan die aan de binnenzijde. Het verdere verloop laat zich gemakkelijk construeeren: eveneens is 't begrijpelijk, dat door de ruime communicatie van de rechter pleuraholte met de buitenwereld, gepaard met de vrij groote verwonding van de long zelve, de rechter long bijna geheel luchtledig werd gevonden.

Moeilijker is het den gang van 't andere stukje ijzer te vervolgen. Dit is door de huid gedrongen in eene richting, die van het epigastriuin af schuin naar links boven gaat, en heeft den thoraxwand doorboord even binnen de grens van kraakbeen en been. Het verdere verloop is te vervolgen door de opening in den voorwand van het pericard: het projectiel heeft daarbij het voor het hart gelegen gedeelte van de pleuraholte moeten doorboren. We vinden het verder terug tegen den achterwand van 't pericard aan, dien het gedeeltelijk doorboord heeft, zonder dat het tusschenliggende hart gewond is.

50