is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1911, 01-01-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Heer Sitsen zegt, dat ook hem is opgevallen, dat bij een proefpunctie op een diepte van 10-11 c.M. een druppel pus bonum et laudabile zou zijn geaspireerd, waarvan de leucocyten goed geconserveerd waren, en de diagnose werd gesteld op gumma. Hij wist niet, dat in een gumma etter voorkwam. In een tropisch leverabsces komt detritus voor, maar er komen ook andere abscessen voor, die inderdaad pus bevatten; de leucocyten in zoo'n absces zijn veel mooier dan in een gumma.

De Heer Kiewiet de Jonge merkt op, dat de lijder in kwestie aan amoebendysenterie leed, dat de daarop volgende leveraandoening daarom kon worden vermoed een tropisch leverabsces te zijn; er werd echter gevonden een sterke infiltratiewal met een druppel vocht, dat macroscopisch en microscopisch het aanzien van etter had.

Hij gaat niet van zijn diagnose levergumma af.

De Heer Monnikendam deelt een geval van leverabsces mede, waaruit hij 180 maal een spuitje van twee gram etter aspireerde; daarna werd een weinig carbol ingespoten; de lijder genas.

De Heer Sitsen zegt nog, dat pus met goed geconserveerde leucocyten in een tegennatuurlijke holte wijst op absces. Hij zegt niet, dat hier niet een gumma bestond. Naar aanleiding van het door den Heer Monnikendam medegedeelde, zegt de Heer Sitsen onlangs een geperforeerd leverabsces te hebben geseceerd, waarin in de dikke darm wel veel litteekens, doch slechts twee kleine ulcera gevonden werden; misschien is het geval Monnikendam hieraan voor een deel analoog.

Gewone vergadering op 17 November 1910 des avonds ten 9 ure in de leeraarskamer der S. t. o. v. /. a.

De Heer Knoch deelt als vervolg op de in de vorige vergadering gedane demonstratie van den Inlander met den scrotaaltumor mede, dat bij de operatie gebleken is, dat