is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1911, 01-01-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verstrekt. Over het algemeen worden zij gaarne en dankbaar genomen.

Syphilis komt vrij veel voor, zoo ook f ram boes ia en S c a b i e s.

Grobogan. Er kwamen 29807 koortsgevallen voor, waarvan 1437 overleden.

Cholera kwam niet voor, wel een buikziekte, die zich openbaarde in kolieken en diarrhoeën: in het geheel 30 gevallen met 4 dooden.

Pokken en waterpokken werden sporadisch aangetroffen.

Pati en Joana. De gezondheidstoestand der bevolking is minder gunstig te noemen. Vooral in het onderdistrict Karanganjar en Djakenan kwamen zeer vele gevallen van koortsen voor, die doodelijk verliepen. Dit is dan ook de reden geweest, dat door Dr. Terburgh de individueele chininisatie werd ingevoerd. In de verschillende desa's van Karanganjar en Djakenan werden magangs geplaatst, die geregeld iederen dag de zieke bevolking chininetabletten moesten toedienen. Deze behandelingsmethode leverde, hoewel in enkele desa's tegenwerking werd ondervonden, een gunstig resultaat; nieuwe infecties werden voorkomen, zoodat na drie maanden deze behandeling werd opgeheven.

Besmettelijke ziekten kwamen onder de bevolking niet voor. Alleen pokken heerschten sporadisch in het district Djoewana, waarvan enkele gevallen met doodelijken afloop.

Ook buikziekten, dysenterie, gastro-enteritis kwamen veelvuldig, trachoom en gonorrhoïsche oogaandoeningen slechts zelden voor.

Japara. De gezondheidstoestand liet te wenschen over.

Malaria eischte nog steeds vele slachtoffers. In het verslagjaar zijn door deze ziekte aangetast 10799 personen, waarvan 1608 of 14.88% van de aangetasten overleden. Onder de aangetasten waren 6 gevallen (vier vrouwen en twee mannen) van de z.g. zwartwaterkoorts; alle met gunstig verloop.