is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1911, 01-01-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verslagjaar verkreeg deze ziekte in 1909 gelukkig niet. In het Gouverneinentsziekenhuis werden 6 dysenterielijders verpleegd, waarvan er 4 genazen en 2 overleden.

Onder de Inlandsche bevolking komt lepra hoogst zeldzaam voor. Herhaaldelijk werd deze ziekte geconstateerd bij geimmigreerde Chineezen, die oogenschijnlijk gezond hier aankwamen. De onderstelling ligtdusvoordehand.dat deze lieden hunne besmetting reeds in hun vaderland hebben opgedaan. Het gaf echter te denken, dat deze ziekte zich herhaaldelijk eerst openbaarde na een verblijf hier op 't eiland van 5 jaren en meer. In het Gouvernementsziekenhuis werden 20 lepralijders — alle Chineezen — opgenomen, waarvan de niet onoogelijke lijders naar China werden geretourneerd en de overigen in het lepra-asyl te Tandjong Poenei onder dak werden gebracht. Het lepra-asyl te Tandjong Poenei herbergde op 1 Januari 1908: 21 leprozen; in den loop van het verslagjaar zijn daar 6 lijders bijgekomen.

In 1909 werden in het Gouvernementsziekenhuis 153 lijders aan beri-beri verpleegd, daarvan genazen 110, werden 22 naar Buitenzorg opgezonden, overleden 6 en bleven 15 restant. Na de verstrekking van versch gepelde rijst was evacuatie naar Buitenzorg niet meer noodig.

Knokkelkoorts kwam veelvuldig voor. Bijna alle nieuwe bewoners van Muntok moesten deze ziekte eerst doormaken.

In de maand October deden zich 18 gevallen van c h oI e ra voor. De klinische diagnose werd door bacteriologisch onderzoek (van, naar het laboratorium te Weltevreden opgezonden ontlasting) bevestigd. Deze ziekte werd van Palembang overgebracht. Zeer gunstige resultaten werden bereikt met de ontsmetting van putten en privaten door ongebluschte kalk.

Van slangenbeet, verwondingen door wilde dieren, lyssa enz. kwamen geen gevallen onder behandeling.