is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1911, 01-01-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moeara Teweh. De regenval bedroeg: 3276 m.M. in 208 dagen.

Sterkte der bevolking: Europeanen 37, Chineezen 218, Inlanders 14797.

Malaria kwam vrij veel voor, was echter van goedaardig karakter; tropica (geverifieerd door bloedonderzoek) kwam ook voor, maar in veel mindere mate.

Framboesia komt zeer veel voor bij jong en oud; ook tertiaire syphilis wordt zeer veel waargenomen.

Phlegmonen, abscessenen ulcera zijn aan de orde van den dag, daar de menschen in de bosschen zich herhaaldelijk verwonden.

Met Dajaksche schurft is natuurlijk iedere rechtgeaarde Dajak behept.

Kropgezwellen komen zeer veel voor.

Lepra wordt sporadisch waargenomen.

In de maanden November en December kwamen vrij veel gevallen van conjunctivitis voor, hoogst waarschijnlijk veroorzaakt door het, in de lucht zwevende stuifmeel van de vele, in die maanden bloeiende boomen.

Venerische ziekten kwamen nu en dan onder behandeling.

Een paar menschen werden door krokodillen opgegeten.

Van een gunstig verloopen geval van slangenbeet werd gehoord; sterfgevallen daaraan kwamen niet ter kennis, hoewel het hier wemelt van vergiftige slangensoorten.

Buikziekten werden nu en dan waargenomen, meest met een goedaardig verloop.

Cholera en pokken kwamen niet voor.

Uit de kampongs Bauk en Beunauur, aan den bovenloop van de Teweh, kwamen berichten van een aldaar heerschende, zeer kwaadaardige infectieziekte, die de bevolking nog niet kende. Als overbrengers van die ziekten werden een paar menschen aangewezen, die in het Koeteische op bezoek waren geweest bij een geesten-verdrijver. Als symptomen