is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1912, 01-01-1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit deze cijfers valt geen noemenswaard verschil tusschen de verschillende mortaliteitscijfers te constateeren.

Eind-Conclusie's

1°. De getallen betreffende het Haffkine-vaccin zijn in het algemeen te klein, om hieruit de waarde van dit vaccin voor de praktijk te kunnen beoordeelen.

2°. Het bovenstaande geldt niet voor het Duitsche vaccin.

De uitkomsten, hierbij verkregen, zijn vooral met betrekking tot de mortaliteitscijfers, voldoende, om hieruit de gevolgtrekking te kunnen maken, dat dit vaccin in verband met de praktische toepassing hiervan in het groot (éénmalige injectie der gevaccineerden) niet in staat is gebleken, ook maar de gringste immuniseerende eigenschappen te kunnen ontvouwen.

Malang, Januari 1912.

II. Proeven over het lot van rattelijken.

In samenwerking met den heer van Yssendyk werd experimenteel nagegaan, in hoeverre de vondst van geheel verdroogde ratten-cadavers in de pesthuizen, zooals die in de afdeeling Malang in het meerendeel der gevallen plaats heeft, in overeenstemming te brengen is met de rat-vloomensch-hypothese der pest. De Engelschen toch in BritschIndië stelden den termijn tusschen dood van de pestrat en dood van den pestlijder op 11 '/2 dag vast. Is dit laatste nu juist, dan moeten in verband met bovengenoemde hypothese ratten-cadavers binnen dezen tijd werkelijk uitgedroogd kunnen zijn. Daartoe zijn wij uitgegaan van ratten, middels chloroform gedood. De lijken dezer dieren werden in bamboeschuitjes gelegd en deze laatste respectievelijk onder eene pannen en atap dakbedekking opgehangen, terwijl