is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1913, 01-01-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. De veldrat.

1. Voorkomen en verspreiding.

De veldrat (gekenmerkt door een vrij eenvormige huidskleur, lichtgrijzen buik en bruine, bij opvallend licht eenigszins groenachtig schemerende ruwe rugpels, door 12 mammae en een staart, die wat langer is dan het lichaam) leeft voornamelijk in de sawah's, waar ze in de dijkjes tusschen de rijstvelden haar holen graaft, die vooral in den regentijd en in het algemeen wanneer de sawah's geïnundeerd zijn, uiterst vochtig zijn, zoodat het niet te verwonderen is, dat zulke ratten weinig vlooien hebben, daar de larven in hun natuurlijke broedplaatsen (de ratnesten) te gronde moeten gaan (cf. mijn waarnemingen over den invloed der natheid op de larven der vlooien, in het vorige hoofdstuk).

De veldrat is vooral talrijk in den tijd, dat de rijst rijp wordt, of ander gewas te velde staat (aardnooten, mais), dat is dus na Mei. In het begin van het jaar is ze zeldzamer te vinden, maar ook in dien tijd overal daar talrijk, waar de rijst rijp wordt. De groote toename van het aantal veldratten in het midden van het jaar, berust op de groote productie van jonge ratten, daar de zwangerschap in Mei en Juni een maximum bereikt: in Mei—Juli 1911 was het percentage zwangere wijfjes 51, daalde in Augustus tot 32, bereikte in November een eerste maximum van 64, om dan na een daling tot 25 in Februari 1912, in Mei tot 95 te stijgen, in Juli tot 38 te dalen en vervolgens weer stijging te vertoonen. Bij die groote vruchtbaarheid der veldrat (grooter dan die der huisrat), is het niet te verwonderen, dat de pogingen tot uitroeien weinig succes hadden (zie tabel n°. 13 en curve n°. 9).

De veldratten bezoeken de huizen en kunnen daar zelfs wel eens wonen, zooals bleek toen in een van Dr. de Raadt's proefhuisjes twee veldratten gevonden werden die zich daar hadden neergezet. Dit blijft echter hooge uitzondering.