is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1913, 01-01-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te Batavia, in 1630 advocaat-fiscaal en kort daarna baljuw van Batavia. Duraeus ging in 1652 in gezantschap naar Mataram. Jan van Riebeek, die in 1639 als chirurgijn in dienst trad, werd in 1652 stichter van de Kaapkolonie. Zelfs in de 19de eeuw kwamen zulke mutatiën nog voor. Kloprogge, de promotor der vaccine op Java, is als resident van Tegal getorven.

Hoewel dus Bontius grootendeels door andere functiën in beslag is genomen, heeft hij toch tusschen September 1627 (aankomst te Batavia) en November 1631 (overlijden aldaar) voor de natuur- en geneeskunde onsterfelijke werken nagelaten. In het 2de boek van zijn „Historiae naturalis „et medicae Indiae Orientalis libri sex", getiteld: „Methodus „medendi qua in Indiis Orientalibus oportet uti, in cura „morborum iilic vulgo et populariter grassantium", heeft hij in 19 hoofdstukken een beschrijving van de meest voorkomende ziekten gegeven. ')

Statistische opgaven moet men in deze verhandeling niet zoeken. Bontius schrijft als praktiseerend medicus over

Dit werk van jacobus Bontius is het derde stuk van een in 1658 bij Elsevier in Amsterdam uitgegeven, hoogst merkwaardig boek, getiteld: „Gulielmi Pisonis medici Amstelaedamensis de Indiae „utriusque re naturali et inedica", waarvan de 2 eerste deelen door piso en door margrav1us geschreven zijn en over West-lndië handelen. Een Nederlandsche vertaling is in 1694 le Amsterdam bij Jan ter Hoorne als „Oost- en West-Indische Warande' uitgegeven, een 2de druk hiervan in 1734 bij jacobus Haijman te Amsterdam. De (mij niet bekende) eerste uitgaaf van Bontius moet inmiddels onder den titel „jacobl Bontii Archiatri de Medicina Indorum libri sex'' bij Franciscus Hackius te Leiden zijn verschenen. In 1769 is het boek door een onbekend Engelsch medicus vertaald en te Londen onder den titel ..Diseases of the East Indies" uitgegeven.

Dr. C. H. a. westhoff le Bandoeng ben ik dank verschuldigd voor de vriendelijkheid, waarmee hij mij zijn exemplaar van de editio Pisonis ten gebruike heeft afgestaan, Dr. J. M. H. van dorssen te Soekaboemi voor de groote welwillendheid, waarmee hij mij. met verschillende andere schatten uit zijn rijke bibliotheek, de zeer zeldzame Nederlandsche vertaling van 1694 heeft geleend.