is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1913, 01-01-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steden van ons land per 1000 inwoners méér dan op het platteland, nl.: 24.7%o in de groote steden, en 21.6°/00 op het platteland. In 1894 kwam het sterftecijfer van de groote steden beneden dat van het platteland ; in 1910 was het in de steden inet meer dan 100000 inwoners, zooals wij zagen, 13.6°/00 tegen 14.4°/00 op het platteland.

Zoo zal het in Indië ook gaan: daar waar de preventieve geneeskunde het eerst veld wint, zal de sterfte het eerst dalen. Natuur- en kiimaatinvloeden, uitwendige gelegenheidsoorzaken enz., die in een nietsanitair beheerd land vrij spel hebben, worden overgecompenseerd door doelmatige sanitaire maatregelen, op de kennis van de directe ziekte-oorzaken gebaseerd. Aan de micro-organismen, die de directe oorzaken van de veelvuldigst-doodende ziekten zijn, kan het menschelijk lichaam zich in afmeetbaren tijd niet accomodeeren; tegen de uitwendige oorzaken, die de ziektekiemen vat op het lichaam geven, heeft de gezondheidsleer wapenen gesmeed, die slechts doelmatig en vastberaden behoeven te worden gehanteerd, om binnen korten tijd door een daling van ziekte en sterfte te worden gevolgd. ,

Voorbeelden hiervan, aan andere tropische landen ontleend, zullen in het volgende hoofdstuk worden aangehaald. Des te bedroevender zijn daarom de feiten, die als maatstaf voor de hygiënische verhoudingen te Batavia en Weltevreden spreken.

Te Semarang heeft de gemiddelde jaarlijksche sterfte onder de Inlanders van 1903-1909 41 °/00 bedragen. Het ongezondste onderdistrict der stad (Wetan) heeft 't over dat tijkvak tot gemiddeld 63°/00 gebracht. De hoogste mortaliteit, die te Semarang in een der onderdistricten (Wetan) in al die jaren geconstateerd is geworden, heeft in 1903 74%0 en in 1909 78%0 bedragen ').

')• ,-Verslag van een onderzoek naar de leve:is- en woningtoestanden in Noord Oost-Semarang. gehouden door het Bestuur der Semarangsche Kiesvereeniging". G. C. T. van Dorp <& Co.. Semarang enz. 1910; blz. 28.