is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1913, 01-01-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarvan liet bloed een positieve agglutinatie gaf. Anamnestisch was echter van een eventueel doorgemaakt typhoid niets te ontdekken. Bij een inlandsche vrouw, zegt dit natuurlijk niet veel, maar ook het onderzoek van de faeces op typhusbacillen geschiedde, zooals boven reeds vermeld is, met negatief resultaat.

Indien er werkelijk eenige verwantschap bestond tusschen de typhus-coligroep en de faecalis-alkaligenesgroep, zou het niet onmogelijk zijn, dat deze agglutinatie een mede-agglutinatie was, zooals we die vinden bij typhus en paratyphus, bij de verschillende typen van dysenteriebacillen en een enkele keer zelfs tusschen typhus en coli.

Dit is betrekkelijk gemakkelijk uit te maken met de proef van Castellani.

Wanneer een serum twee soorten bacteriën A en B in een bepaalde verdunning agglutineert en men wil uitmaken of de agglutinatie van beide soorten onafhankelijk van elkander plaats heeft, of een zuivere mede-agglutinatie is, gaat men als voigt te werk:

Men brengt het serum in verschillende verdunningen met een suspensie van de bacteriën A gedurende 2 uur in de stoof bij 37°, laat daarna bezinken of centrifugeert, en pipetteert het bovenstaande serum af.

Daarna suspendeert men in dit afgepipetteerde serum de bacteriën B, brengt nogmaals gedurende 2 uur in de stoof, en leest het resultaat af.

Is in deze laatste periode van het onderzoek de agglutinatie voor de bacteriën B verdwenen, dan is deze oorspronkelijk een zuivere mede-agglutinatie geweest, is de agglutinatie niet verdwenen, dan heeft deze onafhankelijk plaats gehad van die der bacteriën A.

Het spreekt natuurlijk van zelf, dat men de hierbij noodige contröles niet moet vergeten, en dat men vnl. contröleeren moet of na de le periode van twee uur wel alle aggiutininer. voor A zijn gebonden.