is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor wetenschappelijke pharmacie, jrg 3, 1861, 1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenstemming, bij vergelijking van dit zuur uit kofïijboonen, Vaccinium Myrtillus en gewoon kinazuur, in onderscheidene van deszelfs zouten, de meest voldoende zekerheid, dat er geen verschil in bestond. Daar de kinazure zouten, even als het vrije kinazuur eene vrij hooge temperatuur kunnen verdragen zonder ontleed te worden, eene temperatuur die hooger ligt dan gewoonlijk bij het zoogenoemde branden der koffijboonen gevorderd wordt, zoo moeten de koffijboonen, als zij voorzigtig gebrand zijn, een groot gedeelte van het kinazuur in onveranderden staat bevatten. Men zou alzoo uit de bekende drank, de koffij, naar de beschreven methode gemakkelijk het kinazuur kunnen bereiden. De schrijvers hebben zich door herhaalde proefnemingen met verschillende monsters van gebrande koffij van de juistheid hiervan overtuigd en het kan dikwijls voordeeliger zijn, het kinazuur uit de gebrande koffij te bereiden, dewijl hier de tot poederbrenging en uitkoking veel gemakkelijker en volkomener plaats vindt. Het door Payen uit de koffij verkregen gekristalliseerde zuur, dat hij chlorogenzuur noemt (1), dat echter door latere onderzoekers niet weder kon gevonden worden, ia niets anders dan kinazuur. Daar Stenhouse vermeld, dat de bladen van den koffijboom eene nog grootere hoeveelheid chinon opleveren, dan de boonen, zoo is het wel tamelijk zeker, dat deze nog rijker zijn aan kinazuur. Stenhouse heeft verder uit vele planten-uittreksels, b. v. van Ligustrum vulgare, Hedera helix, Quercus Ilex, Dlmus campestris , Praxinus excelsior enz., door behandeling met bruinsteen en zwavelzuur chinon bekomen en het is daardoor hoogst waarschijnlijk, dat deze chinon alleen door de aanwezigheid van kinazuur wordt veroorzaakt. Het blijkt alzoo, dat het kinazuur een in het plantenrijk zeer verspreid zuur is, dat mogelijk even veelvuldig voor(1) Journal de Phanu. et de Chim. X. 366. 111 S., 3 J. 12

177