is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 1, 1864-1865, no 4, 22-05-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2de het gloeijen van het drooge zout met kool, waarbij zuivere zwavelzure magnesia niet verandert, terwijl bijgemengde zwavelzure potassa of soda in zwavelpotassium of zwavelsodium overgaat, zoodat het gegloeide zout bij aanwezigheid dezer verontreiniging na bijvoeging vaneen zuur den reuk van zwavelwaterstofgas zou ontwikkelen.

Een derde middel is in der tijd door Erdman opgegeven , namelijk het gloeijen van de zwavelzure magnesia voor de blaasbuis op kool, waarbij het zuivere zout eene zilverglanzende witlichtende poreuze massa terug laat, die niet tot smelten te brengen is. Bij de minste hoeveelheid zwavelzure soda inde zwavelzure magnesia wordt dit glanzen niet waargenomen, omdat de gesmolteue zwavelzure soda eene korst over de poreuze massa vormt. Wij vinden thans door E. Zapp een onderzoek op de aanwezigheid der genoemde verontreinigingen in zwavelzure magnesia opgegeven, hetwelk zich door de eigenaardigheid kenmerkt, dat het ligchaam, hetwelk men onderzoeken wil, als reagens op zich zelf dient. Het onderzoek is eene wijziging van het eerstgenoemde met koolzure baryt. Men wrijft namelijk het te onderzoeken zout en koolzure baryt, van elk gelijke deelen, met wa • ter af en filtreert; bij het Altraat voegt men eene oplossing van bitterzout. Was het onderzochte zout zuiver, dan zou er koolzure of dubbel-koolzure magnesia ontstaan zijn, die op het nieuw bijgevoegde bitterzout geene werking uitoefenen. Bevatte de onderzochte zwavelzure magnesia daarentegen zwavelzure potassa of soda, dan was koolzure potassa of soda ontstaan, die met de nieuw bijgevoegde oplossing van het bitterzout een praecipitaat van koolzure magnesia zou geven. Bereiding van acidum tartaricum. Yolgens Wittstein is het bij de bereiding van acidum tartaricum veel beter, gebranden en gebluschten kalk aan te wenden, om den cremortart te ontleden, dan wel, zooals gewoonlijk wordt voorgesohreven, koolzuren kalk. Yerder slaat Wittstein voor ter verdere ontleding der neutrale wijnsteenzure potassa geen chloorcalcium maar azijnzuren kalk te gebruiken, omdat men alsdan azijnzure potassa verkrijgt, die als bijprodukt veel meer waard is. Bepaald reagens op tartarus emeticus. Als zoodanig is door Claus het ijzerchloride aanbevolen, hetwelk zoo eigenaardig op eeue niet te zure oplossing van braakwijnsteen inwerkt, dat men door middel van dit reagens genoemd antimoonpraeparaat van alle andere officinale en wel inde kleinste hoeveelheid herkennen kan. In geconcentreerde oplossingen van braakwijnsteen brengt ijzerchloride slechts eene gele kleur voort, maar in verdunde oplossingen ontstaat dadelijk een gele nederslag, die in kleur op chromaatgeel gelijkt. In zeer verdunde oplossingen volgt de nederslag reeds na bijvoeging vaneen droppel ijzerchloride-oplossing. (Eene overmaat van het praecipiteermiddel moet vermeden worden, dewijl het praecipitaat daarin oplosbaar is). Het praecipitaat bestaat uit oxychloretum stibicum (pulvis algarotti), vermengd met Oxychloretum ferricum en een weinig aanhangenden tartarus emeticus.

Het zwavelantimoon van den handel te bevrijden van zwavelarsenik, hetwelk het maar al te vaak bevat, geschiedt volgens Gmelin eenvoudig door het te trekken met ammonia liquida. Salmiak bevrijden van ijzer. De gesublimeerde salmiak van den handel bevat bijna altijd chloorijzer. Om deze verontreiniging met ijzer te voorkomen , geeft Calvert op, hem vóór de sublimatie te vermengen met 5$ phosphorzuren kalk of 3J phosphorzure ammonia, waardoor phosphorzuur ijzeroxyde ontstaat, hetwelk niet vlugtig is. Yolgens Wittstein kan de salmiak-oplossing volkomen van ijzer worden bevrijd door het bijvoegen van ammonia liquida, waardoor na korte verwarming elk spoor van het metaal wordt nedergeslagen , hetzij het als chlorure of als chloride aanwezig was. Nitras argenticus van koper te bevrijden geschiedt, volgens de Pharm. borussica (7de editie), door trekking der oplossing met versch gepraecipiteerd zilveroxyde. Emplastrum adhaesivum van Boutron-Cbarlard. 150 Deelen emplastrum plumbi, 25 deelen cera flava, 16 deelen terebinthina veneta worden zamengesmolten en er 1 deel chromas plumbicus, met olie gewreven, onder gemengd. Meibron’s borst- en longenbalsem. 2 Deelen spermaceti, 6 deelen venetiaansohe terpentijn, 18 deelen amandelolie (met alkannawortel gekleurd), 8 deelen versche boter worden bij eene zachte warmte gesmolten en na bekoeling bijgevoegd drakenbloed, opiumpoeder, perubalsem van elk 6 deelen. Dosis : omgesohud 20 droppels daags. Verscheidenheden. Bet ophouden van het roteren der hamferdeeltjes op het water bij aanwezigheid van vetdeeltjes en verklaring van het verschijnsel. Wanneer men kamfer tusschen een papier tot kleine stukjes drukt en in water werpt, dan zullen de kamferdeeltjes eene draaijende of roterende beweging aannemen. Het verschijnsel houdt echter dadelijk op, wanneer men de geringste hoeveelheid vet of olie bij het water voegt. Het aanraken der kamferdeeltjes met de vingers is reeds genoegzaam om het verschijnsel te doen uitblijven; van daar dat men de kamfer tusschen papier moet fijn wrijven. Lienau leverde eeue verklaring van het zeer interessante verschijnsel. De rotatie der kamferdeeltjes wordt voortgebragt door langzame verdamping van de kamfer op die plaatsen, waar zij de oppervlakte des waters niet aanraakt. Van daar eene gedurige verandering van vorm en tevens van het zwaartepunt der kamferdeeltjes. De verdamping heeft aan alle kanten plaats, zoodat door de voortdurende verandering van het zwaartepunt de roterende beweging wordt vernietigd bij aanwezigheid van vetdeeltjes en wel door de adhaesie der vetdeeltjes aan de kamfer. Als bewijs hiervoor diende de volgende proef: Brengt men op eene wateroppervlakte een droppel olie, dan spreidt zich deze op de oppervlakte naar alle kanten uit. Brengt men daarentegen op deze vette oppervlakte een tweede droppel olie , dan spreidt deze zich niet uit, maar