is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 1, 1864-1865, no 16, 14-08-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te niét gaan en dat de Verhouding weder verbeterd wordt. Eeeds nu blijkt uit het gebrek aan apothekersbedienden en leerlingen , dat er over eenige j aren geen apothekers te veel zullen zijn. Heeft een apotheker door concurrentie geen voldoend bestaan of gaat hij achteruit, het is,

doordat hij den overmoed gehad heeft om een winkel te vestigen waar er reeds genoeg waren, of doordien hij niet met zijn tijd mêe gaat, of zijne klanten minder net, accuraat, civiel en voorkomend bedient dan zijne collega’s het doen. De concurrentie moge lastig zijn voor vakgenooten, zij is een zegen voor het algemeen. Het gaat met de affaires als met de handelswaren : wordt de markt overvoerd , dan dalen de prijzen en gaat de daling te ver, dan zoeken de artikelen andere markten op en herstellen zich de gewoonlijke prijzen. Moet de Staat nu, om die daling, dat verlies voor de handelaars , te voorkomen , zich met de negotie gaan bemoeijen en de brood-* zetting en andere zettingen weer doen herleven ? Moet Hij het aantal apotheken vaststellen en jongelieden , die de noodige kundigheden bezitten en er hun fortuin aan willen wagen, beletten zich te vestigen ? ’t Een is even dwaas als het ander, zöo dwaas zelfs, dat een vast aantal apotheken niet te handhaven is dan door eene tweede dwaasheid, een prijstarief, waartegen van alle kanten zoo vele stemmen zijn opgegaan. Het laisser faire moge ook in dit geval als het beste voor den Staat beschouwd worden en wij moeten ons vooral niet beroepen op hetgeen met de notarissen is geschied, noch verlangend uitzien naar hetgeen plaats heeft in landen als Pruissen en Frankrijk, waar bureaucratische regeringen , door alles te reglementeren, de veerkracht des volks zoeken uitte dooven. Zorge de Staat, dat geen apotheker zich vestigt dan die zijn vak ten volle verstaat, dan heeft Hij jegens het publiek zijn pligt gedaan ; of die apotheker zijn bestaan zal vinden , moet hij zelf weten , daar heeft de Staat niets mede te maken en zelfs het regt niet zich mede te bemoeijen. Alkmaar, 7 Augs. C. W. Bruinvis. (Wij hebben geen oogenblik geaarzeld het bovenstaande onmiddellijk te plaatsen, hoezeer het van onze zienswijze verschilt. Wij meenen, dat andere „affaires of negoties” tegenover den Staat niet op ééne lijn kunnen gesteld worden met het apothekersvak. Het laatste verkeert ineen exceptionelen toestand. Elke andere handelszaak kan dooreen iegelijk worden ondernomen, voor eene apothekerszaak wordt een geëxamineerd en beëedigd persoon vereischt; elke andere handelszaak is aan de algemeene wetten van vervalsching enz. onderworpen; de apothekerszaak bovendien aan eene bepaalde wet, die controle over haren arbeid en hare materialen houdt. Het examen, dat de Staat van den apotheker eischt, met het bijzondere toezigt, hetwelk de Staat voortdurend over zijne waren houdt, wettigen naar onze overtuiging het verlangen naar bijzondere bescherming door den Staat. Slechts in landen, waar eene algeheele vrije uitoefening van het vak zonder examen of toezigt geschiedt, zou deze bescherming eene „dwaasheid” zijn. ‘ lied.)

INGEZONDEN DOOR 5... te W... Zincum purum. Tot bereiding van dit praeparaat wend ik aan afval van zink, van soldeersel bevrijd of het liefst plaatzink van den handel. Na het gesmolten en met een houten spadel van het eerste schuim bevrijd te hebben , werp ik er van tijd tot tijd een klein stukje zwavel in, roer dit met een spadel goed er door en neem na verbranding het schuim weg. Ik herhaal deze bewerking twee tot driemaal en verkrijg dan na uitgieting in water een zincum granulatum , dat voor alle proeven en bereidingen zuiver is. Ik kan deze methode tot zuivering zeer aanbevelen. Zij werd mij dooreen oud apotheker medegedeeld en ik volg ze reeds sinds 30 jaren. Liquor tartratis kalico-ferrici ammon. Op de vraag in N°. 8 van het Pharmac. Weekblad geef ik mijne bereiding van dit praeparaat. Versche en goed afgewasschene hydras biferricus wordt in eene schaal gedaan , en met eene warme oplossing van bitartras kallens gesatureerd. De warme solutie wordt ter afzetting van eenigen bitartras kalicus weggezet, de troebele vloeistof afgegoten en eenige droppels ammonia bijgevoegd, hetgeen voldoende is', om eene heldere vloeistof te leveren. Deze vloeistof is donkerbruin, en bij verdunning scheidt er niets meer uit af. Zij heeft een spec. gcw. van 1,20. W. S. Uittreksels uit binnen- en bultenlandsche tijdschriften. Carapa touloucouna. Deze boom is reeds voor vele jaren als geneesmiddel aangeprezen en inden laatsten tijd weder in Frankrijk in gebruik genomen. Hij kenmerkt zich dooreen uiterst bitteren smaak, de olie van het zaad wordt aanbevolen tegen huiduitslagen , de bast als een zeer krachtig tonicum. Het bittere beginsel is door Persoz aan eene eigenaardige bittere stof, het\carapine\, toegeschreven. Men kent 2 verschillende soorten van carapaboomen, de Carapa Guineënsis Sweet, of Carapa Touloucouna Guill. et Pierr., die in W. Afrika gevonden wordt, de Carapa Guyanensis Aubl. of Xylocarpus Carapa Spr., die in W. Indië en Z. Amerika tehuis is. Vervalsching van lynolie. Hager maakt opmerkzaam op eene verontreiniging der lijnolie, die van Engeland aangevoerd wordt, met mostaardolie. Bij het klein maken van mostaardzaad tot het uitdrijven der vette olie ontstaat door de plaatsgrijpende verwarming en de vochtigheid eenige aetherisohe mostaardolie, die het gebruik van eene dusdanig verontreinigde lijnolie voor een geneeskundig doel zeer schadelijk maakt. Onder de verschillende reacties, om de mostaardolie in lijnolie te herkennen , beviel Hager het best, de verdachte lijnolie met water aan eene destillatie te onderwerpen, waarbij eene vloeistof met den reuk van aetherische mostaardolie overging > die door het zwart worden van zilver- en loodoplossing haar zwavelgehaite openbaarde.