is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 1, 1864-1865, no 17, 21-08-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BïJ B La D TOT HET PHARMACEIJTISCH WEEKBLAD van 18 Augustus 1864, F 17 e : sK-r-—- *

11. Gewijzigd ontwerp van wet, regelende de voorwaarden tot verkrijging der bevoegdheid van geneeskundige, apotheker, hulpapotheker, leerling-apotheker en vroedvrouw. Wu WILLEM 111, enz. Art. 8. De bevoegdheid van leerling-apotheker' wórdt verkregen na het afleggen vaneen examen. Dit examen betreft de beginselen der nederlandsche en latijnsche talen en der rekenkunde, en het bewijs dat de candidaat de kennis en geschiktheid bezit, noodig tot het gereedmaken van recepten. verk-rp 9‘ nDC beV°!gdheid van hulpapotheker wordt niet eoen dan na aflegging vaneen natuurkundig examen. Tot dit examen worden alleen zij toegelaten, die aan de commissie voor dit examen voldoende bewijzen leve;;;; ran.de 8 der n. en hoogduitsche talen en van de wis- en stelkunst voor zoo ver noodig tot beoefening der natuurkundige wetenschappen. a Het examen betreft; a- de natuurkunde; 6. de scheikunde ; c. de plantenkunde; stoffende "atUUrlijke S'eschiedenis van dieren en delft de keMis en geschiktheid, noodig tot het gereedmaken van recepten. g Yan de verpligting om het in dit artikel bedoelde natuurkundig examen al te leggen zijn, totdat de wet ter regeling van het üooger ouderwijs anders zal hebben beschikt, vrijgesteld zij, die aan eene nederlandsche hoogeschool den graad van eandidaat inde natuurkundig wetenschappen hebben verkregen. Zij erlangen echter de bevoegdheid van hulpapotheker niet, dan na alvorens schiktheWdS ï h,ebbe" g6leVerd V3n de kennis geschiktheid onder letter e bedoeld. Art. 10. Om de bevoegdheid als apotheker te verbogen wordt vereischt: theLhL heWf- T “inStenS tWee hulpapo‘heker binnen dit Koningrijk werkzaam te zijn geweest.e„ theoretisch p,.cfch schei- J t Srx:ame°’hßt,eik »»* «. de kennis der geneeskrachtige planten;

if>- de artsenijkennis; o. de artsenijbereidkunde; d. de praktijk der artsenijbereidkunde, ook in het laboratorium; % d° onderscheiding en opsporing van vergiften. Van de verpligting om het bewijs, onder « genoemd, te leveren zijn zij vrijgesteld, die den rang van militair apotheker bezitten of bezeten hebben. Art. 12. Zij die voldaan hebben bij het examen als • ■ • • apotheker hulpapotheker, leerling-apotheker o • – . leggen, vóór dat zij als zoodanig worden oegelaten , in handen van den voorzitter der examinerende commissie, den navolgenden eed (of belofte) af-Ik zweer (beloof), dat ik de ... . artsenijbereidkunst .... volgens’de daarop wette-' i) vastgestelde bepalingen, naar mijn beste weten en vermogen zal uitoefenen, en dat ik aan niemand zal I openbaren wat in die uitoefening als een geheim mij is toevertrouwd, of ter mijner kennis is gekomen, tenzij mijne verklaring als getuige of deskundige door den refter gevorderd of ik anderzins tot het geven van mededeelmg door de wet verpligt worde. „Zoo waarlijk helpe mij God almagtig!” („Dat beloof ik”). Art. 13. De bovengenoemde examens, uitgezonderd die voor leerling-apotheker en . . . ~ Worden tweemaaJ des jaars afgenomen door Rijkscommissiën, waarvan de xeaen en uit dezen de voorzitter en secretaris, voor ieder door Ous worden benoemd. Voor ieder lid wordt door Ons een plaatsvervanger enoemd. De leden genieten reis- en verblijfkosten en presentiegeld, door Ons te bepalen. Onze Minister van Binneulandsche zaken bepaalt de pJaats en den tijd van de zamenkomst dezer commissiën. Ir ■ -4. Het examen als leerling-apotheker en ' ' ' ' wordt afgenomen door commissiën, zamengesteld uit den geneeskundigen inspecteur der provincie, waarin het examen wordt gehouden, als voorzitter, en uit twee leden, te benoemen door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken, en wel twee apotheers vooi het eerstgenoemde examen, en ... . * I;denrifitell reis‘ en en presentiegeld , door Ons te bepalen. ' Onze Minister van Binnenlandsche Zaken bepaalt de L22T"' " d“tiid- ’"”er a“ wi-