is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 1, 1864-1865, no 29, 13-11-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuldigen met schuldigen lijden, maar het is volgens haar een radikaal middel! tot genezing, terwijl de apothekers zelven het in hunne hand hebben de tuchtigende roede te zien verdwijnen.

Uittreksels uit binnen- en bnftenlandsche tijdschriften. Valsche soorten van drakenbloed. Hilger heeft inden handel 5 verschillende valsche soorten van drakenbloed aangetroffen. De eerste, zwartbruine stukken met weinig glans en de eigenschap van echt drakenbloed geheel missende , namelijk van het speeksel rood te kleuren , bestond uit gedroogd bloed. De tweede, bolvormige of peervormige stukken van eene donkerbruine, naar het groene zweemende kleur, was enkel colophonium. De derde, cilindervormige stukken van eene donkergroene kleur, bestond uit elemi met 15 tot 16 procent zand. De vierde , zwak roodaohtige , onregelmatige massa’s, op sommige plaatsen wit afgeteekend, was een mengsel van colophoniwm, een weinig benzoëhars en sandelhout. De vijfde soort, roodbruine, sterk glanzende tafels, inden vorm van chocoladekoeken was een kunstmengsel uit colophonium , benzoëhars en eender bovengenoemde verfhouten. Bereiding van flavedo cort. aurantiorum. De gewone bereiding van flavedo cort. aurantiorum, door namelijk de oranjeschillen in water te weeken en het witte merg weg te snijden, heeft altijd een verlies aan aetherische olie en extractiefstof ten gevolge. Volgens Mohr gaat men beter op de volgende wijze te werk: Men droogt de oranjeschillen bij eene zachte warmte, en stampt ze dadelijk ineen mortier tot eene grofpoedervormige massa. Hierdoor wordt het merg geheel in stof overgebragt, ! doch de schil in stukken van ongelijke grootte. Men | slaat het mengsel door eene fijne speoieszeef, waardoor de kleine stukken der schillen en het stof van het merg heengaan. Men brengt het gedeelte, dat op de zeef blijft, weder inden mortier en stampt nogmaals een korten tijd, tot dat alles door de speoieszeef gedreven is. Nu slaat j men alles nog eens door eene fijnere zeef, bijv. waardoor men de amandelen voor het uitpersen der olie pleegt door te slaan. Hier gaat het stof alleen door en het flavedo blijft geheel zuiver terug. De chloorzure potassa van den bande! bevat dikwijls aanmerkelijke hoeveelheden chloorpotassium. Bonnewijn, apotheker te Ixelles, waarschuwt voor het gebruik eener dergelijke onzuivere chloorzure potassa tot een geneeskundig doel, dewijl het hem is voorgekomen , dat zij , in gemeenschap met calomel gegeven, eene vergiftiging voortbragt (welke door het tegengift eiwit overwonnen werd!) Om uit ruwen houtazijn zuiveren geconcentreerden azijn te vervaardigen, wordt opgegeven den houtazijn met kalk – te verzadigen, te filtreren, voor de afscheiding van den ’ houtgeest te destilleren of tot de helft te verdampen, 1 de vloeistof tot koking te brengen, vlijtig af te schuimen 1 en tot droogwordens te verdampen. Het overschot wordt 1 onder omroeren verhit, totdat het geheel reukeloos ge- c worden is. De zoo verkregen azijnzure kalk wordt met t

is 90—95f zoutzuur van 1,16 spec. gewigt en 25 deeleu }- water gedestilleerd, waarbij men een bijna 35 procentig ,e kleurloos azijnzuur verkrijgt, dat slechts sporen van brandige produkten bevat, waarvan men het nog kan bevrij. dell door op i kilo azijnzuur \ drachme zure chroomzure potassa bij te voegen. Zwavelzure baryt, versch gepraecipiteerd (in statu nasj centi) door chloorbaryum in geconcentreerd zwavelzuur te r brengen, is volgens Vogel in deze vloeistof vrij oplosbaar. 1 Deel zwavelzure baryt vereischt 39 deelen koud geconcentreerd zwavelzuur ter oplossing. Veel minder lost kunstmatig bereide zwavelzure baryt inden droogen staat in koud zwavelzuur op. Ook de zwavelzure baryt door overgieting van koolzure baryt met geconcentreerd zwavelzuur verkregen, is veel minder oplosbaar dan die uit chloorbaryum. Van zwavelzuren kalk lost slechts 1 procent, van zwavelzure strontiaan 1,3 procent in koud geconcentreerd zwavelzuur op. Onderzoek op vette oliën. Donny deelt daarvoor eene nieuwe methode mede, volgens welke 2 oliesoorten op hare identiteit kunnen worden onderzocht, eene methode, die zich aanbeveelt, doordat men met geringe hoeveelheden werken en de temperatuur buiten rekening laten kan. Hij kleurt namelijk de eene oliesoort zwak rood, het best met alkanna, en brengt dan met een pipet een weinig der gekleurde olie inde tweede proef. Bij behoorlijke voorzorg zal de gekleurde olie een meer of minder regelmatig bolletje inde vloeistof vormen. Hierbij kunnen zich nu 3 gevallen voordoen, 10. Het bolletje is specifiek zwaarder dan de overige vloeistof en j bodem zinken; de beide oliën zijn dus van j verschillenden aard. 20. De beide proeven hebben juist | hetzelfde gewigt en het bolletje zal zinken noch stijgen. Dit geval doet zieh voor, wanneer men met 2 gelijksoortige oliën te doen heeft. 30. Het bolletje kan ligter dan de vloeistof zijn en zal dan daarop drijven; even ; als in het eerste geval zijn dan de beide proeven van verschillenden aard. Herkenning van secale cornutum. De beste reactie op secale cornutum, om het in meel enz. te herkennen ,is een mengsel van 10 deelen wijngeest en 1 deel verdund zwavelzuur. Wijngeest alleen wordt volstrekt niet door moederkoorn gekleurd, maar bij aanwezigheid van zwavelzuur ontstaat er door moederkoorn reeds bij de gewone temperatuur eene roode kleur, die zoo sterk is, dat zij zich zelfs bij eene zeer groote verdunning nog rozenrood vertoont. Er komt een middel voor; tot het vullen van holle tanden , hetwelk uit chloorzink en zinkoxyde is zamengesteld. Het zinkoxyde moet hiervoor op eene eigenaardige wijze worden bereid , zal het met het chloorzink een cement vormen, dat langzaam hard wordt, ten einde eene goede uitwerking mogelijk te maken. Dr. Kubel geeft de volgende ' bereiding voor dit zinkoxyde op. Zuiver zinkwit uit den handel wordt met zooveel geconcentreerd salpeterzuur vochtig gemaakt, dat het poeder geheel met het zuur doortrokken is. De massa wordt hierbij zeer warm en pakt tezamen. De zoo verkregene, eenigzins vochtige,