Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook inde dierlijke zelfstandigheden openbaarde zich de werking der katalyse, zooals in het mensohelijk speeksel (nuchteren het werkzaamst), het neusslijm, de kalfsmaag, slijtnhuiden enz. Evenals gist, emulsine, myrosine bij kookhitte hunne werkzaamheid als fermenten verliezen , zoo verdwijnt alsdan ook hunne katalytische wer-

king. De katalyse wordt door Schönbein beschreven als eene werking, uitgeoefend op de grondstolfen der verbindingen, waardoor deze in allotropischen toestand geraken en hare scheikundige betrekking tot elkander zoo veranderd wordt, dat zij niet in haar oorspronkelijken staat van verbinding kunnen blijven. _ ; Een middel, dat de katalytische werking tegenwerkt, is de zwavelwaterstof. Zij verhindert de ligchamen hunne werking uitte oefenen op guajaktinctnnr, die waterstofhyperoxyde bevat. Geheel overeenkomstig daarmede werkt ook de zwavelwaterstof de kieming tegen. Papaverzaad, gedurende 36 uren aan de werking van zwavelwaterstof blootgesteld, had zijn vermogen tot ontkiemen verloren en tevens zijne blaauwing der guajaktinctuur. Itledcdeelingen. Ingezonden stukken. PENAWAB-D J AMBI. Penawar -Bjambi, ook wel Penghciyjar-Djatnbie genaamd; is het harig pluis, dat sommige Varensoorten bedekt en als bloedstelpend middel bekend staat. Dein den handel voorkomende is niet de echte Penawar-Djambi, maar die, welke voorkomt op AlsopMla lurida, Chnoophora tomentosa en andere boomvarens op Java tierende en dooide inlanders met den naam van Pakoe-Kidang bestempeld wordt. De echte Penawar-Djambi is afkomstig van Cibotium Cumingii, eene Varensoort, die op Sumatra, doch nimmer op Java gevonden wordt. Beide hebben dezelfde bloedstelpende eigenschap. Wel is waar vindt men inde werken over Pharmacologie de Penawar-Djambi onder de „remedia adstringentia” gerangschikt, doch het bloedstelpend vermogen berust alleen op mechanische eigenschappen. L. P. Med. Stud. BIECKEBS BEREIDINGSWIJZE VAN SULPHO-STIBIAS NATBICUS. Wanneer men kalkhydraat, zwavelstibium en zwavel met water kookt, dan blijft eene groote hoeveelheid kalk inde vloeistof gesuspendeerd. In dezen kalkbrij gaat veel zwavelstibium op den bodem van het vat zitten, en zelfs herhaald omroeren brengt deze verbinding onvolkomen in aanraking met het opgelost zwavelcalcium, terwijl er niet zelden eene vrij aanzienlijke hoeveelheid zwavelstibium onontleed terug blijft. Dit heeft natuurlijk ten gevolge, dat men slechts eene geringe hoeveelheid sulplndum stibicum uit dit zont zal kunnen bereiden, en het is daarom, dat Eiecker aanraadt de bewerking in twee gedeelten te, scheiden , namelijk eerst het kalkhydraat en de zwavel met elkander te koken, en daarna het tot fijn poeder gebragt zwavelstibium inde gefiltreerde oplossing van persulpburetnm calcicum te brengen, waardoor het zwavelstibium spoedig wordt opgelost. Wordt deze oplossing van sulpho-stibias oaloicns nu met glauberzout vermengd, dan ontstaat terstond een witte ne-

derslag van gips, en de vloeistof geeft bij verdamping sohoone kristallen van sulpho-stibias natricus. Daar gips in eene alcalische vloeistof onoplosbaar is, heeft men geene verontreiniging met kalkzout te vreezen. Op 1 aequivalent zwavei-slibium zijn 3 aequivalenten sulphas natricus noodig. Het praecipilaat scheidt zich zeer spoedig af, de vloeistof loopt terstond helder door den doorzijgdoek, en er zonderen zich na verdamping heldere tetraëders van het zout van Sohlippe af, zonder dat eeD spoor van gips wordt uitgescheiden. Kiecker heeft gevonden , dat deze kristallen , welke zoo gemakkelijk ontleed worden, langen tijd onveranderd blijven in gerectificeerde terpentijnolie. Th. Uittreksels uit binnen- en buitenlandscke tijdschriften. Auriculae Judae (Fungus samhuci). Stickel vestigt de opmerkzaamheid op dit obsoleet geraakt artsenijmiddel, het-1 welk zich vooral onderscheidt door de groote hoeveelheid water, die het kan opzuigen. Volgens zijne waarneming nam j de zwam, na een nacht in water gestaan te hebben, tot 13 maal aan zijn gewigt water op. Op deze eigenschap berust dan ook het gebruik der judasooren bij oog' ziekten. Waar gewone oogwaters, bijv. oplossingen van koper-, zinkvitriool of salpeterzuur zilveroxyde zonde! vrucht zijn, brengt deze zwam met water doortrokken en gedurende den nacht over de oogen gebonden, eene groote verligting aan. Stickel waarschuwt voor de verwisseling) die vaak voorkomt, met sterk verdroogde en half verkoolde exemplaren van Polyporus versicolor Pr., PolypO' rus zonalus Pr. en aanverwante soorten, die gemakkelijk daaraan te herkennen zijn, dat zij in water niet week worden. Als scheikundige bestanddeelen van auriculae judae werden gevonden bassorine , kleine hoeveelheden vette zelfstandigheden en eene niet onaanzienlijke hoeveelheid mycose (moederkoornsuiker) , die men daaruit in kleine kleurlooze kristallen verkrijgt. Radix scammouïae. Bij het groot gebrek aan echt soam' monium aleppense inden handel heeft het handelsluid Mac Andrew te Londen de wortels der stamplant (Do»' volmïus scammonia L.) uit Klein-Azië getrokken en een patent verkregen voor het afscheiden der hars uit deze wortels. Volgens eene verklaring van Prof. Berg leveren zij eene zeer schoone en zuivere hars, en naar zijne meening zal inde toekomst, bij een genoegzamen aan' voer in Europa, de bereiding dezer hars op dezelfde wijze geschieden als die der jalappehars. De radix scammoniae gelijkt veel op de radix turpethu doch is daarvan o. a. door mindere houtrijkheid onderscheiden. Inden scammoniawortel ontbreekt decentrale houtkern geheel, maar is door afzonderlijke houtsystemen vervangen, die gemeenschappelijk slechts door eene dunne schors omgeveu zijn. Plastische zwavel. Door Dietzenbacher is voor eenigett tijd medegedeeld, dat zwavel door bijvoeging eener geringe hoeveelheid jodium (1 deel jodium op 400 dee

Sluiten