is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 1, 1864-1865, no 35, 25-12-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

len zwavel) bij 180" C. eene plasticiteit verkrijgt, die zij nog lang bij .de gewone temperatuur behoudt. Meunier heeft dit verschijnsel dezer dagen bevestigd en de verklaring gezocht inde vorming van zwaveljood : JS2.

Hetzelfde resultaat toch wordt verkregen, wanneer men, in plaats van 400 deelen zwavel met 1 deel jodium, 50,768 deel zwavel met 1,59 deel zwaveljood bij 180® 0. verwarmt. 1 Deel zwavel met 60—70 deelen jodium geven boven 95° C. eene zeer deegachtige massa. De zwavel gaat door de behandeling met jodium geheel of gedeeltelijk inden amorphen toestand over en wordt onoplosbaar in zwavelkoolstof. Heeft men het mengsel van 1 deel jodium gedurende langen tijd op eene temperatuur van 180° C. gehouden, dan is eindelijk al het jodium ontweken , maarde zwavel geheel inden amorphen staat overgegaan en volkomen onoplosbaar in zwavelkoolstof geworden. Onzuiverheden inde ammonia liquida. De tegenwoordige ammonia liquida van den handel, meestal als bijprodukt van gasfabrieken verkregen, levert vaak een treurig schouwspel van verontreiniging op. De bruine kleur, de onaangename gasreuk, vooral na verzadiging met zuren, verraden genoegzaam hare afkomst. De Apotheker Lehman te Berlijn heeft onlangs gemeend aniline inde ammonia aan te treffen, dewijl de ammonia na bijvoeging van salpeterzuur eene roode kleur aannam. Het aniline heeft eene nadeelige werking op het dierlijke organisme. Dewijl de ammonia ook in onderscheidene geneesmiddelen tot inwendig gebruik voorkomt, bijv. in spiritus mindereri, verdient deze verontreiniging bijzonder de aandacht, en moet ammonia, die het verschijnsel van het roodwordeu bij het vermengen met salpeterzuur vertoont, tot bereiding van geneesmiddelen voor inwendig gebruik geheel verworpen worden. Lehman bemerkte de roode reactie zelfs bij de inwerking van azijnzuur op ammonia. Hager merkt hiertegen op, dat wel is waar ammonia zuiver zijnde na bijvoeging van salpeterzuur kleurloos moet blijven, maar dat het verschijnsel van het roodworden afkomstig is van de aanwezigheid van pyrrol, een ligchaam bij de destillatie der steenkolen gevormd. Wij voegen hier nog bij, dat, wanneer spiritus mindereri soms een gasachtigen reuk openbaart, men dezen volkomen kan verwijderen, door hem over kool te filtreren. Bereiding vaa salpeterigzure potassa. Person geeft hiervoor het volgende voorschrift. Men maakt eerst door destillatie van azijnzuur koperoxyde zeer fijn verdeeld metallisch koper en mengt 300 wigtjes van dit versch bereid metaalpoeder met 320 wigtjes salpeter. Om een naauwkeurig mengsel te verkrijgen, lost men den salpeter eerst inde kleinst mogelijke hoeveelheid heet water op en voegt er dan het koper bij, hetwelk inden beginne slechts moeijelijk vocht tot zich neemt. Heeft men een gelijksoortig mengsel verkregen, dan verhit men het in eene porseleinen schaal of beter in eene pan van gegoten ijzer in het zandbad onder gedurig omroeren, om het spatten te voorkomen. Wanneer de massa geheel droog is, komt er een oogen-

blik, waarin zij even als een pyropboor vuur vat ei gloeit. Is de verbranding voorbij, die slechts een oogen blik duurt, dan heeft de reactie plaats gehad. Mei laat bekoelen, behandelt de massa met water, filtreer en laat het salpeterzure zout kristalliseren. Heeft mei koper in overmaat aangewend, dan is er geen salpeterzuu zout meer aanwezig,en men verkrijgt dadelijk gekristalliseerdi salpeterigzure potassa, die men smelt en in góed gesloten flesschen bewaart, daar het zout zeer hygroscopisch is. Is ei: nog eenige salpeterzure potassa onontleed gebleven, dan word. deze bij de eerste kristallisatie afgescheiden, omdat zi minder oplosbaar is dan de salpeterigzure potassa. Gewoon koper, zelfs zeer fijn verdeeld, is voor dezi bereiding niet geschikt, dewijl bij zijne aanwending t( hooge temperatuur voor de reactie vereischt wordt, waarbr men eerder bijtende potassa dan salpeterigzure potassa verkrijgt. Bij het gebruik van koper, uit het azijnzuur koperoxyde bereid, heeft de reactie reeds bij 300 tol 250° C. plaats. Verscheidenheden. In eene bron bij Eedruth in Engeland is eene groote hoeveelheid lithium gevonden. Dr. Phipson vermeldt, dat deze bron naar berekening omstreeks 400 kilo chloorlithium inde 34 uren oplevert, en hij slaat den volgenden weg voor om hieruit de lithia in het groot af te scheiden. Het water der bron wordt eerst tot op T'f verdampt, en bij het geconcentreerde en kokende vocht koolzure soda gevoegd tot afscheiding van den kalk. Het doorstaan helder geworden vocht wordt zuur gemaakt met chloorwaterstofzuur , ten einde de soda als keukenzout door kristallisatie af te scheiden. Uit het overgebleven vocht wordt door koolzure soda, koolzure lithia gepraecipiteerd. Dezelfde bron bevat ook caesium. In België worden jaarlijks 110 kilo cadmium-metaal van eerste kwaliteit geproduceerd, bovendien nog 50 kilo van mindere kwaliteit. Als middel tot zuivering vm het lichtgas wordt in Engeland gebezigd eene oplossing van loodglid in bijtende soda, waarmede men zaagsel doortrekt, om de laatste sporen zwavelwaterstof te verwijderen. De zuivering van het gas geschiedt op sommige plaatsen met het beste succes door eene opvolgende doorleiding 1°) dooreen mengsel van zwavelzuur ijzeroxydule en soda, 3») door kalk, 8°) door 9, elk 4 centimeters dikke, lagen zaagsel, hetwelk met bovengenoemde oplossing doortrokken is. Om dompige helders, aan wier wanden en vloer schimmelvorming plaats heeft, te zuiveren, wordt opgegeven de ontwikkeling van zoutzuurgas uit keukenzout en zwavelzuur, die ineen steenen pot in het midden des kelders geplaatst zijn. De openingen en deuren worden gedurende twee uren digt gehouden , binnen welken tijd natuurlijk het binnentreden des kelders wegens den zoutzuren damp vermeden wordt.